Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Siameezen zijn van geloof Buddhisten, en wel Zuidelijke Buddhisten, wier heilige boeken in het Pali opgesteld zijn. Tot dezelfde secte behooren de Singhaleezen, Burmeezen, en tegenwoordig ook de Cambodjanen. Eertijds beleden deze laatsten het Mahayanisme, een vorm van Buddhisme die de heerschende geworden is in China, Mongolië, Japan, Annam, voorheen het ook was in Cambodja en op Java. De heilige taal der Mahayanisten is het Sanskrit, maar er bestaan in het Chineesch en Tibetaansch ook volledige vertalingen van de kanonieke boeken. Bij alle overeenkomst in de hoofdpunten der geloofsleer en der gewijde geschiedenis, vertoonen de twee afdeelingen van 't Buddhisme ook aanmerkelijke verschillen , vooral ten opzichte van den eeredienst. De Mahayanisten vereeren een menigte van Buddha's en Bodhisattva's, welke aan de Zuidelijke Buddhisten niet eens bij name bekend zijn. Het is dus geen wonder dat de Koning van Siam, toen hij op Java de overblijfselen van Indische bouw- en beeldhouwkunst bezichtigde, sommige Mahayanistische beelden niet als figuren uitdeBuddhistische mythologie herkende. Wel kon hij zonder moeite een aantal voorstellingen in 't beeldhouwwerk van den Boro-boedoer te recht brengen, omdat deze voorstellingen voor een groot deel aan alle sekten gemeen zijn.

Evenals zulks het geval is in andere landen waar het Buddhisme heerscht, heeft het in Siam enkele oude gebruiken, deels van brahmanistisch-Indischen, deels van inheemschen oorsprong laten voortbestaan. De invloed van 't Hinduïsme openbaart zich ook in hun letterkunde, waartoe niet enkel Buddhistische vertellingen, maar ook de Indische heldensage van 't Ramayana stoffen geleverd heeft. Ook bij hun tooneelvoorstellingen speelt genoemd heldendicht een belangrijke rol.

In bouw- en beeldhouwkunst hebben de Siameezen nooit iets voortgebracht wat met de grootsche scheppingen der oude Cambodjanen kan vergeleken worden. Voor den oudheidkundige levert dan ook Siam weinig merkwaardigs op, met uitzondering natuurlijk van het gebied dat voorheen deel uitmaakte van Cambodja en thans nog gedeeltelijk door Cambodjanen bevolkt is.

Het aantal vrome stichtingen in Siam is zeer groot, dewijl de geloovigen verzekerd zijn zich daardoor onvergankelijke verdiensten te verwerven. Gestichten van dien aard bij de Siameezen bekend onder den naam van Vat, omvatten gewoonlijk de volgende bestanddeelen : vooreersteen hof of park omgeven door kloostercellen; niet zelden is er nog een tweede kloostergang of open galerij met godenbeelden. Verder behoort tot de Vat een vergaderzaal of kapel, waar de monniken op vastgestelde tijden samenkomen om het reglement der Orde, het Patimokkha, te hooren voorlezen, en waar ook de kapittel-vergaderingen gehouden worden. Een derde be-

Sluiten