Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

putten dat het beeld is opgericht in 1432 £aka= 1510 A. D. door den koning Dharmagokaraja, een naam die merkwaardig genoeg echt Buddhistisch is. Andere Siameesche inscripties van later tijd kunnen wij met stilzwijgen voorbijgaan.

Van weinig belang zijn ook een paar opschriften in de heilige taal der Zuidelijke Buddhisten, het Pali. Ze zijn gegrift op een monolith, waar de voetstap van den Buddha in is afgedrukt, naar het model van den voetstap op de Adamspiek in Ceilon. Het in 't opschrift vermeld jaartal komt overeen met 1426 A. D.

Een Sanskrit-inscriptie op een steenen zuil, thans bewaard te Bangkok, maar van onzekere herkomst, moet, naar den vorm der letters te oordeelen, uit de 7de of 8ste eeuw zijn, en is dus een Cambodja'sch monument, want zooals wij gezien hebben, ontvingen de Siameezen het letterschrift niet vóór 't einde der 13de eeuw. Misschien was op de zuil bij het Sanskrit gedeelte ook een tekst in 't Khmer gevoegd, doch het monument is in te gebrekkigen toestand tot ons gekomen om dit met zekerheid te kunnen zeggen.

De studie van 't bewaard gebleven gedeelte heeft den Heer Auguste Barth, den uitnemenden kenner der Sanskrit-epigrafie, o.a. tot de volgende uitkomsten geleid: het opschrift heeft betrekking op eene stichting ten behoeve van een Buddhistische congregatie en levert, ondanks den verminkten toestand, belangrijke gegevens ten aanzien van het Noordelijk Buddhisme, dat in 't geheele Indo-Chineesche schiereiland vooraf is gegaan aan het thans heerschende, welks kanonische boeken in 't Pali geschreven zijn. Er wordt in het stuk gewag gemaakt van de wandelplaats, den reefter, de zaal voor sabbathviering. Ook is er sprake van de levering van inkt en palmbladen om te schrijven en van voedsel. Ook wordt melding gemaakt van preeken, van lampen en wierook, van festoenen, banderollen, baldakijnen , vliegenwaaiers en vlaggen van Chineesche zijde. Merkwaardig is ook dat de mythische ziener Agasti genoemd wordt als beschermheilige of patroon van het klooster, want Agasti geniet als Wijze uit den voortijd in geheel Zuidelijk Voor-Indië de hoogste eer; hij wordt door de Tamils beschouwd als de schepper van hun taal. De plaats die Agasti in t opschrift inneemt, is een bewijs te meer dat de Indische beschaving van uitDekkhan in Cambodja is ingevoerd geworden, hetgeen trouwens voldoende blijkt uit den vorm van 't Cambodjasche schrift. Het is heel wel mogelijk, zelfs waarschijnlijk dat zich ook Indiërs uit Noordelijke streken in Cambodja gevestigd hebben, maar de Zuid-Indische invloed is overwegend. Hetzelfde mag beweerd worden van Java.

In den koninklijken hofburg te Bangkok ziet men nog een ander over-

Sluiten