Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De aanhef is eenigszins verschillend: het stuk begint met eene hulde aan £iva, Brahma en Visnu; weidt dan uit in den lof van Koning Udayadityavarman, spreekt dan van diens Guru Jayendravarman en diens voorgeslacht van moederszijde, die zich door vrome werken zoo verdienstelijk gemaakt had tot heil der wereld. Van denzelfden Jayendravarman weten wij uit den Cambodjaschen tekst dat hij de oprichter was van een giva-linga in 974 £aka.

Het tweede gedeelte van den Cambodjaschen tekst geeft eenige aanvullingen, die wij hier kunnen laten rusten.

Als datum van de inscriptie mag men aannemen het jaar, waarin Jayendravarman den Linga oprichtte, dus 974 £aka = 1052 A. D.

Bij hetgeen wij van dit hoogst merkwaardig gedenkstuk medegedeeld hebben zijn allerlei bijzonderheden verzwegen, die ons een blik vergunnen in de godsdienstige en maatschappelijke toestanden van het oude Cambodja. Trouwens, het doel van ons beknopt overzicht is volstrekt niet, de lezing van het voortreffelijke werk van Aymonier overbodig te maken, maar om den lezer het hooge belang van diens nasporingen en ontdekkingen, ook voor de oudheidkunde van Java en den invloed der Indische beschaving aldaar, in 't licht te stellen.

Bijzonder rijk aan overblijfselen der oudheid is het landschap Battambang, dat eertijds aan de kroon van Cambodja behoorde, doch in t laatst van de 18de eeuw door 't verraad van den gouverneur der provincie bij Siam werd ingelijfd. De bevolking bestaat voor 't meerendeel uit Cambodjanen; de landtaal is dan ook Cambodjasch, maar in de stukken die van de regeering uitgaan wordt het Siameesch gebruikt.

Na eene beschrijving van land en volk geleidt de Sch. ons naar de verschillende plaatsen waar oudheden aangetroffen worden. Beginnende van 't Oosten der provincie vindt men bij Daün Tri de ruïne van een toren in metselsteen, benevens overblijfselen van brahmanistische godenbeelden en een zuil van zandsteen waarop een inscriptie deels in 't Sanskrit, deels in 't Khmer gegrift is. In 't begin van den Sanskrittekst leest men den naam van den koning Rajendravarman, terwijl het Khmergedeelte den datum 888Caka (=966A.D.) bevat. De hoofdinhoud bestaat uit een opsomming van giften ten behoeve van het heiligdom; onder die giften worden genoemd mannen en vrouwen, met hun kinderen; voorts voorwerpen voor den eeredienst, schalen, ossen, buffels.

In de nabijheid der hoofdstad Battambang, in de pagode Vat SlaKet, worden twee brokstukken van een zuil bewaard, welke volgens het zeggen der inboorlingen afkomstig zou wezen van Basset. In hoofdzaak heeft de inscriptie, die dagteekent van 1067 £aka (= 1145 A. D.), ten tijde der re-

Sluiten