Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geering van Süryavarman II, betrekking op verschillende stichtingen ten bate van het heiligdom van Bhadregvara, d.i. £iva. Ook is er sprake van de oprichting van een Liriga en komt er een opsomming in voor van namen van slaven en slavinnen, aan 't heiligdom geschonken.

Op eenige uren afstands ten Zuiden van Battambang verheffen zich de bouwvallen van den tempel van Banan op een heuvel, van waar men een schoon uitzicht heeft op het landschap. De aanwezigheid van verscheiden oude Buddhabeelden in de torens en galerijen leidt tot de gevolgtrekking dat het gebouw een Buddhistisch heiligdom was. Vermoedelijk zou men de bevestiging hiervan in de opschriften vinden, indien deze niet zoo erg geleden hadden. In een er van is te herkennen de naam van den koning Rajendravarman, die in de9deeeuw£aka regeerde; van een ander is de datum 972 g. (=1050 A. D.).

Ten Z. van den heuvel van Banan is een grot, genaamd «de grot van 't wijwater». Om in die grot te komen, moet men door een nauwen onderaardschen gang kruipen en ontdekt dan eene menigte Buddhabeelden van hout en metaal. Van den druipsteen in t gewelf druppelt het «wijwater», waaraan men bijzondere geneeskracht toeschrijft.

Niet ver Westelijk van Banan, te Prasat Sning, treft men de overblijfsels aan van vier torens. Op de bovendrempels dezer gebouwen zijn nog zichtbaar tafereelen uit de brahmanistische mythologie: Visnu liggende op een monsterachtige figuur; een voorstelling van 't karnen van den oceaan; een tooneel uit het Maha-Bharata, nl. de geschiedenis van 't dobbelspel, toen de Pandava's hun gemalin Draupadï verloren: £akuni heft den dobbelsteen op, die door valsch spel den uitslag gegeven heeft; Yudhisthira buigt neerslachtig het hoofd, terwijl Duggasana brutaal de hand legt op Draupadï. Van een korte inscriptie op een zuil is bijna niets meer te herkennen.

Een tempelruïne van aanzienlijken omvang, maar uiterst vervallen, bevindt zich te midden der rijstvelden nabij Basset. Op de wanden van 't hoofdgebouw zijn nog zichtbaar de fraaie beeldhouwwerken met voorstellingen uit de brahmanistische mythologie. Van de vijf inscripties die men er ontdekt heeft, bevat de eerste een dubbelen tekst, een in 't Sanskrit en een in 't Khmer. Men leest er in het jaartal 958 (=1036) en de vermelding van eenige groote heeren die een heiligdom stichten van Qrï-Jayaksetra 1 en daaraan landerijen enz. schenken. Het tweede opschrift, van den jare ^64 ( 1042) vermeldt dat zekere groote heer Ganapativarman rijstvelden en tuinen gekocht heeft, welke hij aan 't heiligdom van Jayaksetra schenkt; verder wordt nog gewag gemaakt van schenkingen voor hetzelfde

1 De Sch. houdt dit voor den naam van een godheid, doch waarschijnlijker is het dat te vertalen is «het land van Jaya» of «Qrïjaya».

Sluiten