Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had hij van dit stelsel een grondige kennis, zooals men van een Acarya mag verwachten, en toont hij zijn talent door in den aanhef in eenige strofen eenige hoofdpunten van 't metaphysisch-mythologisch Mahayanistisch stelsel bloot te leggen. Wegens het belang dat die aanhef heeft als bijdrage tot de kennis van 't Mahayanisme, zooals het in de 10de eeuw in Cambodja beleden werd, heeft dat gedeelte der inscriptie het onderwerp uitgemaakt van eene bijzondere studie, welke oorspronkelijk in 't Hollandsch verschenen 1 in vertaling door den Schr. in zijn werk is opgenomen.

Overgaande tot de Noordelijke afdeeling van 't landschap Battambang, vertoeven wij 't eerst bij 't dorp Preah Nêt Preah, dat gebouwd is aan den voet van eene rotsachtige hoogte. Boven op die hoogte ontwaart men beelden van leeuwen, overblijfselen van galerijen, een torenpoort, een steenen kluis en beeldjes. In de nabijheid ziet men eenige in de rots uitgeholde gaten die Aymonier voor regenbakken ofwaschplaatsen houdt, doch de inlanders bestempelen althans een van die uithollingen als Preah Bat, d. i. Heilige voetstap. Wij zullen straks zien dat er ten gunste van de inlandsche benaming wel iets te zeggen valt. Van de drie nog leesbare inscripties op de wanden van de torenpoort, vermeldt de eerste de stichting van eena;rama, d. i. een brahmaansche hermitage, in 860 £aka, en voorts de hernieuwing daarvan in 871, toen de eerste stichter gestorven was. In het tweede opschrift, van 928 Q. is sprake van een heiligdom £aivapadagiri, berg van (^iva's voetstap, en van Qivapada, de voet van £iva. Het heeft al den schijn dat de inlanders met een der uithollingen in den rotsgrond als «De heilige voetstap» te bestempelen een herinnering aan dien «voetstap van £iva» bewaard hebben en dat zulk een voetstap werkelijk in de nabijheid van de kluizenarij door de geloovigen vereerd werd. Het is volstrekt niet onmogelijk dat een der holten voor zulk een voetstap doorging. De onnatuurlijke vorm en de ongewone afmetingen zijn geen beletsel. Men weet dat de voetstap van den Buddha op de Adamspiek in Ceilon — volgens de Mohammedanen is het de voetstap van Adam — meer dan vijf voet lang en ruim twee voet breed is en weinig op een voetspoor lijkt. Zoowel de tweede inscriptie, als de derde van 927 Q. bevat allerlei schenkingen van verschillende personen ten bate der kluizenarij.

Te Prasat Sangkhah vindt men een gewijd waterbekken met een geheel vervallen klein heiligdom. Uit de tamelijk goed bewaard gebleven inscriptie in twee talen is op te maken dat koning Süryavarman I landerijen en andere schenkingen aan den Qiva-linga maakte. Men heeft hier dus te doen met een (^ivaïetisch heiligdom.

1 In Verslagen en Mede deelingen der Kon. Akademie te Amsterdam, IV, 3 (1899). — [Zie deze Verspreide Geschriften, Deel III, 1915, p. 291 vlg.]

Sluiten