Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schoon van geringe afmetingen, is merkwaardig wegens het beeldhouwwerk en de inscripties op de wanden. Een kort Sanskritopschrift, volgens Bergaigne van den jare 713 £ (— 791 A. D.) geeft den naam van Lokegvara te lezen, is dus van Mahayanistischen oorsprong. Doch in de veel langere Khmer-inscriptie, welke van veel later tijd dagteekent en een schenkingsoorkonde is ten bate van een (^iva-liiiga, wordt gesproken van 't gieten van een beeld van Brahma, van Visnu en van £iva. Hieruit schijnt men te mogen opmaken dat de oorspronkelijke bestemming na verloop van tijd veranderd was.

Te Banteai Ta Kam bevindt zich een monument, dat door de schoonheid van 't gebruikte materiaal en de regelmaat van het bouwplan boven het zooeven behandelde uitmunt. Evenals zooveel andere gebouwen van gewijden aard in Cambodja, staat de tempel met de galerijen en bijgebouwtjes op een eiland in een watervlak, dat door een strook vasten grond gescheiden was van een gracht aan de vier zijden. Paden naar de vier windstreken gaven toegang van buiten naar het middengebouw. Ten O. en W. werd de buitengracht onderbroken door een kruisgalerij. Uit de inscripties is niet veel meer op te maken; op een er van herkent men alleen den datum 982 Q. en op een ander 986. Het schijnt dus dat het gebouw gesticht werd tusschen 1060 en 1064 van onze jaartelling.

De torens van Snay Laa verdienen vermeld te worden wegens de rijke versiering, die nog zeer goed te herkennen is. Het beeldhouwwerk vertoont verschillende tafereelen uit de Indische mythologie: Indra op zijn olifant; Visnu, met vier armen rustende op de wereldslang Ananta, terwijl uit zijn navel de lotus opschiet, die Brahma en twee godinnen draagt.

De Prasat Trao is een alleenstaande toren binnen een gracht. De inscriptie in de landtaal, van 't jaar 1031 £aka, is een stichtings- en schenkingsoorkonde ten behoeve van den eeredienst van de godheid van Lingapura en van een overleden heerschap. Of het stuk Buddhistisch is, gelijkde Schr. vermoedt, is twijfelachtig.

Ondubbelzinnig (Jivaïetisch is de toren van Vat Teupedei. De bovendrempel der poort geeft ons Visnu te zien, rijdende op Garuda en omgeven van heremieten. De twee Sanskritinscripties, in tamelijk gaven toestand over, zijn door Bergaigne en Barth ontcijferd, en leeren ons o. a. dat zekere (^ikhagiva in 832 Q. drie Linga's oprichtte. Een regel in de landtaal zegt dat in 834 zekere persoon uit Bhavapura landerijen schonk voor den £ivalinga. De eerste inscriptie begint met een aanroeping van de Trimürti, de Indische Drievuldigheid.

Een (^ivaïetisch document is ook een steerizuil, welke ontdekt werd bij Trepeang Daün Aün, doch van daar is overgebracht naar 'tMusée Guimet,

Sluiten