Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nooit voltooid is geweest. De opschriften die men op de wanden aantreft, zijn alle zeer jong, uit de 17de eeuw onzer jaartelling en af komstig van Buddhisten en wel van Zuidelijke Buddhisten. Oorspronkelijk schijnt de tempel aan den heerschenden godsdienst van 't oude Cambodja behoord te hebben, zooals men mag opmaken uit de overblijfselen van brahmanistische godenbeelden.

In de nabijheid van de stad Siem Reap ziet men de overblijfselen van een oud heiligdom, bekend onder den naam van Preah Inkosi. Het monument heeft niets merkwaardigs dan de opschriften op de zijwanden der deur en op de vier zijden van een zuil. De op deze laatste gegrifte Sanskritinscriptie, waarvan de ontcijfering aan den Heer Barth te danken is, bevat ettelijke merkwaardige bijzonderheden, zoodat het wel de moeite waard is den inhoud er van in 't kort mede te deelen. In deze oorkonde, die twee datums geeft, 890 en 892 £aka, leest men dan o.a. het volgende. Na een lofrede op de koningen Rajendravarman en Jayavarman, wordt gewag gemaakt van verschillende fundaties door de prinses Indralaksmï, dochter van Rajendravarman en zuster van Jayavarman, in vereeniging met haar man , een brahmaan, Bhatta (d.i. Doctor) Divakara of Divasakara, geboortig uit Hindustan, die de boorden van de Jamna (Yamuna) verlaten had om zich in Cambodja te vestigen. Tot de vrome stichtingen behoorden een standbeeld van hare moeder door Indralaksmï opgericht in 890; een heiligdom gewijd aan drie godheden, met £iva Bhadregvara als eerste, en gesticht door Bhatta Divasakara. Daarmee verbonden was een gasthuis en een heiligdom of beeld van Bharatï (anders genaamd Sarasvati, de godin der Rede en Wijsheid).

Verder richtten de echtgenooten gezamenlijk, naar het schijnt, een beeld van Visnu op, waarbij Divakara een agrama, d.i. kluizenarij liet bouwen, terwijl Koning Jayavarman ten behoeve van den dienst van Visnu het dorp Madhusüdanagrama (d. i. Visnu's-dorp) schonk toen hij nog mederegent was. De tekst eindigt met de gewone vervloekingen tegen ieder die zich zou willen vermeten inbreuk te maken op de gedane schenkingen.

Een tweede korte Sanskrittekst omvat niet meer dan drie strofen, waarvan de eerste een aanroeping is aan Vagïgvarï, een andere naam voor Sarasvatï. De tweede vermeldt de oprichting door Divakara van zeker beeld in 892; de derde is onduidelijk.

De teksten in de landtaal zijn zeer verminkt, doch uit hun geheel laat zich opmaken dat in 883 onder de regeering van Rajendravarman vrome schenkingen gedaan werden ten bate van de kluizenarij der Wetenschap, in 890, het jaar waarin Jayavarman den troon besteeg, werd een oorkonde uitgevaardigd van de goederen van 't heiligdom te Dvijendrapura, in 902

Sluiten