Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontving Bhatta Divakara talrijke vrome schenkingen, welke bevestigd werden in 904; nog andere vielen hem ten deel in 906.

Na de overblijfselen der Cambodjasche oudheid in 't westelijk gedeelte der provincie Siem Reap in oogenschouw genomen te hebben, wendt de Schr. zich naar 't oostelijk deel. Beginnende van 't N.O., waar de berg Kulên plotseling uit de vlakte oprijst, bij de grens van Siam en het hedendaagsche rijk van Cambodja, vestigt de Fransche geleerde onze aandacht op twee rotsen, bij de bevolking bekend onder de benaming van «hermitage van den asceet» en gekenmerkt door de aanwezigheid van talrijke Buddhabeelden. Het is een druk bezocht bedevaartsoord, evenals het naburige Preah Thom, d. i. de grooteBuddha, waar men eveneens een aantal steenen Buddha's ziet in de holten van geweldige blokken van rooden zandsteen. De top van de grootste dezer rotsen wordt gevormd door een reusachtigen Buddha in liggende houding met het gelaat gekeerd naar 't Noorden. Dit beeld, dat niet minder dan twintig meter lang is, stelt zonder twijfel Buddha's Nirvana voor. Niet ver van genoemde plaats ziet men in de rots een holligheid met de afdruksels van de «heilige voeten».

In 't Oosten der provincie Siem Reap ontdekt men de bouwvallen van een heiligdom, bekend onder den naam van Prasat Kok. Het geheel, voor zoover thans nog herkenbaar, bestaat uit een waterbekken, een gracht en drie torentjes. Ook zijn er nog gedeelten van poorten over, wier wanden met Sanskrit-opschriften bedekt zijn. Het door wijlen Bergaigne ontcijferde gedeelte bevat eene aanroeping derBuddhistische Drie Kleinooden, d.i. Buddha, de Dharma en de Sangha, en voorts een geslachtslijst der Koningen Jayavarman II, Jayavarman III, enz. tot Jayavarman V. Dit Buddhistisch gedenkstuk moet dus dagteekenen uit de eerste helft der 10de eeuw £aka.

Niet ver van genoemde plaats, te Kuk Sjan, vindt men behalve overblijfselen van brahmanistische beeldjes een opschrift op een steenzuil in de landstaal, welke eene beslissing schijnt te behelzen van eene rechtszaak aangaande de slaven van het heiligdom.

Met voorbijgang van een aantal minder beduidende ruïnen, verwijlt de schr. bij den tempel van Yos Kêr. Binnen een ringmuur, opgetrokken om een rotsachtige hoogte, loopt van den oostelijken ingang af een steile trap, die naar den top van den heuvel voert, waarop het hoofdgebouw staat. Ten zuiden, ook binnen den ringmuur, stond een bijgebouw. Aan beide zijden van de oostelijke poort, den hoofdingang, merkt men de overblijfselen op van galerijen. Het heiligdom was vermoedelijk gewijd aan Qiva, daar men ter plaatse een £iva-kop ontdekt heeft.

Sluiten