Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Noord-indische schriftsoort; in gewoon gebruik was dat schrift bij de bevolking niet, noch in Cambodja noch op Java. Alleen Sanskrit-teksten heeft men met dubbelschrift aangetroffen, voor stukken in de landstaal schijnt het nooit gebruikt te zijn geweest.

Op een kilometer afstands van Baku aanschouwt men de overblijfselen van den tempel van Lolei. In 't midden van een thans uitgedroogd waterbekken ligt een eilandje, waarop een afgeplatte, door drie rechthoekige terrassen gevormde pyramide staat. Bij den oostelijken ingang van 't bovenste plat staat een steenzuil met digrafisch opschrift van Koning Yagovarman. De Noordkant wordt ingenomen door ruïnen van galerijen en bijgebouwtjes, te midden waarvan eenige met opschriften bedekte pijlers ter aarde liggen. Vier torens in tamelijk goeden staat maken het eigenlijke heiligdom uit. Evenals te Baku, ziet men aan de poorten afbeeldingen van tempelwachters, gewapend met lansen en drietanden, alsook vrouwenfiguren.

De bovendrempels der poorten zijn rijk versierd met beeldhouwwerk van brahmanistische onderwerpen: goden staande op het monster Rahu, of rijdende op Garuda, dus Visnu's; andere gezeten op den driehoofdigen olifant, dus Indra's.

Twee van de vier torens waren gewijd aan £iva; de twee overige aan diens gemalin, de godin Gaurl. De stichting van 't heiligdom door Koning Yagovarman ter eere van zijn vader Indravarman valt in 't jaar 815 Qaka (893 A. D.)

De bovenvermelde steenzuil met digrafische inscriptie geeft een tekst te lezen die eensluidend is met de dubbelteksten van Baku en elders, maar voegt er nog een stuk aan toe dat op de andere zuilen ontbreekt. In dit gedeelte wordt o. a. gewag gemaakt van een Chinees, aan wien Yagovarman een deel van zijn rijk afstaat, en van vijvers, zooals er bij elk (^ivaietisch heiligdom een moet wezen, die Yagovarman had laten graven.

Aan den inhoud der talrijke inscripties op de bouwwerken zelve van Baku en Lolei wijdt de Sch. een afzonderlijk hoofdstuk, hetgeen door de eigenaardigheid dier teksten ten volle gerechtvaardigd wordt. Die opschriften toch behelzen, behalve de inleiding, de schenkingen door de vorsten en andere grooten aan de tempels ten tijde der stichting gemaakt. In hoofdzaak zijn het lijsten, vermeldende de namen en 't getal der personen, mannen en vrouwen, welke voor den eeredienst en 't onderhoud der heiligdommen bestemd zijn. Die lijsten zijn zóó omvangrijk dat ze werkelijke registers op steen zijn. Zooals reeds vroeger met een enkel woord gezegd is, komen zulke lijsten ook voor teKohKêrinhet tegenwoordige koninkrijk Cambodja.

Uit eene Sanskritinscriptie te Baku, die eensluidend op de zes torens

Sluiten