Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tot de afzonderlijke uitgaven van de «Ecole frangaise d'Extrême Oriënt» behoort een onlangs verschenen werk getiteld: «Nouvelles recherches sur les Chams par Antoine Cabaton» 1. Het hoofdbestanddeel van dit werk wordt gevormd door een aantal Tjamsche teksten, die de Schr. gedurende zijn verblijf bij de Tjams in Binh-Thuan verzameld heeft en met bijgevoegde vertaling meedeelt. Eene uitvoerige beschrijving van alles wat met de godsdienstplechtigheden in verband staat en opmerkingen omtrent taal en schrift verhoogen de waarde van deze «Nouvelles recherches».

In de beschrijving van alles wat strekt tot recht verstand der teksten behandelt de Schr. in de eerste plaats de namen der groote mannelijke en vrouwelijke godheden. De namen zijn met weinig uitzonderingen Tjamsch, zoodat men in sommige gevallen niet met zekerheid kan zeggen welke Indische godheden met die benamingen bedoeld zijn. De groote goden zijn drie in getal: aan 't hoofd staat Po Yang Amê, d. i. Heer God Vader, dien de Schr. met £iva meent te kunnen vereenzelvigen. Naar den naam te oordeelen, zou men eerder kunnen denken aan Brahma, als schepper en oudvader, Pitamaha, gedacht. Doch ook dit wordt twijfelachtig als men ziet dat de tweede hoofdgod betiteld wordt als Po Djata, d. i. Heer Zoon, en de derde als Po Ovlah, d. i. Heer Allah. Hieruit blijkt onwedersprekelijk dat de heidensche Tjams onder den invloed van Mohammedaansche taalgenooten hebben gestaan. Dit komt nog te meer uit, wanneer men verder verneemt dat Ovlah de vader is van Po Rasullak, d.i. Heer Profeet, en van Po Latila, d.i. Heer (Er is geen god) dan God. Het komt ons voor dat genoemde drie goden niet aan het Hindoeisme, maar aan den Islam ontleend zijn.

De machtigste godheid der Tjams is een vrouwelijk wezen, hetwelk den titel draagt van Po Yang Inê Nëgar taha, d. i. de Groote Vrouwe Moeder van het Rijk. Wat van haar verteld wordt maakt het moeielijk in haar de wedergade te zien van Durga. Zij heet geboren te zijn uit de wolken of het schuim, heeft de rijst geschapen en brengt overvloed voort. Zij is dus te vergelijken met de godin Sri der Javanen, wier naam ontleend is aan de Indische £rï, de godin des fortuins en der schoonheid, en als Rajyagrï de beschermster van den bloei des rijks. Ook de Mohammedaansche Tjams vereeren haar, doch vereenzelvigen haar met Eva, terwijl Po Yang Amè geen ander is dan Po Adam, de vader der menschen. Noch Hindoesch, noch Mohammedaansch is de voorstelling dat de Moedergodin 97 mannen heeft en 38 dochters. Naar alle waarschijnlijkheid is zij eene oude inheemsche godheid op wie eenige trekken van de Indische £rï en misschien ook van Durga zijn toegepast. Hare dochters, hoewel van minderen rang, genieten ook vereering, als onheil brengende wezens.

1 Verschenen bij Ernest Leroux, Paris, 1901.

Sluiten