Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sche vormen hebben zich ontwikkeld uit een ouder apuj, apwi, en wawu j.

Bij de aanhaling van Maleische woorden zijn ettelijke flaters begaan. Bijv. om te bewijzen dat het Tjamsch wel eens een t heeft waar het Maleisch een k vertoont, wordt tan ga n hand, vergeleken met een denkbeeldig Maleisch kangan, hoewel ieder die niet volstrekt een vreemdeling in 't Maleisch is weet dat «hand» tangan is. Als woord voor «hoofd» in 't Maleisch wordt opgegeven kebal, terwijl men weet dat het kapala is. Doch laten we niet langer bij deze ondergeschikte punten stilstaan en liever de aandacht vestigen op hetgeen ons medegedeeld wordt aangaande het schrift der Tjams. Dit gedeelte toch verdient allen lof; hier is de Schr. op zijn terrein.

De Tjams bedienen zich van 't Indische alfabet en de letter- en cijferteekens zijn wijzigingen der Indische, zooals deze zich vertoonen in de oude inscripties. Daar het aantal klanken in 't Sanskrit grooter is dan in de taal der Tjams, is hun alfabet minder volledig. Dit zelfde is van toepassing, zooals men weet, op het Javaansch-Balineesche, Makassaarsch-Boegineesche, Bataksche, Lampongsch-Redjangsche en 't voormalige Filippijnsche alfabet.

De Mohammedaansche Tjams bedienen zich van 't Arabische alfabet. Als schrijfmateriaal gebruiken zij, evenals de heidensche Khmers in Kambodja, Europeesch papier en een kalam of rieten schrijfstift, terwijl de Tjams in Annam het Chineesche penseel en den Chineeschen inkt hebben overgenomen, waarmee zij opdunChineesch ofEuropeesch papierschrijven.

Voor zekere doeleinden, voornamelijk voor amuletten, wordt nog een ouderwetscher vorm van letterschrift gebruikt, hetwelk het midden houdt tusschen het schrift der monumenten en het thans in zwang zijnde. De groote verwantschap van dat ouderwetsche schrift en 't Oudjavaansche is begrijpelijkerwijze op den eersten blik zichtbaar.

De behandeling van het schrift gaat vergezeld van een aantal goed uitgevoerde facsimile's, zoodat de lezer zich spoedig een volledige kennis van de letterteekens en het spellingstelsel kan verwerven.

In zeker opzicht het belangrijkste gedeelte van 't voor ons liggende werk zijn de teksten, die in hun geheel zijn medegedeeld en van vertaling begeleid. Ze bestaan uit aanroepingen van verschillende goddelijke wezens; uit lofzangen ter eere der goden; uit gebeden of aanroepingen in gebruik bij de groote feesten; uit de gebeden van den Mêdwên of bidder; uit gebeden bij 't zoeken van aloëhout in 't bosch ; uit lijkzangen en zuiveringsgebeden na de verbranding; en uit verbodsbepalingen voor de priesters om zekere spijzen te eten.

Alle medegedeelde teksten zijn van groot belang, daar zij ons vergun-

Sluiten