Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III. LE GROUPE D'ANGKOR ET L'HISTOIRE. 1

Het is nog geen vijftig jaar geleden dat de Europeesche wereld van Kambodja weinig meer dan den naam kende. Ja, in een kleinen kring van geleerden droeg men kennis van Chineesche berichten over land en volk van Kambodja uit de Middeleeuwen, toen het de machtigste en bloeiendste staat was van geheel Achter-Indië. Maar, daargelaten dat die berichten slechts op enkele tijdperken der geschiedenis van het land betrekking hebben, behelzen ze juist bijzonder weinig omtrent datgene wat voor ons het wetenswaardigste is, namelijk de geschiedenis van de overplanting der Indische beschaving in een vreemd gewest, bewoond door een geheel ander menschenslag. De berichten van Portugeesche, Hollandsche en Fransche schrijvers over Kambodja in de 16de en 17de eeuw trokken al even weinig aandacht als de oudere Chineesche, niet omdat ze waardeloos waren, maar omdat Kambodja slechts eene schaduw vertoonde van de grootheid die het eeuwen geleden bezeten had.

Aan dien toestand van vergetelheid kwam een einde toen Frankrijk in 1863 het beschermheerschap over Kambodja aanvaardde. Weldra trokken de indrukwekkende overblijfselen eener trotsche bouwkunst, waarmede het land als bezaaid is, de bewonderende aandacht der weetgierige Westerlingen, die bij al het besef van hun meerderheid in ontwikkeling toch een open oog hebben voor andere vormen van beschaving dan hun eigene. Met de hun eigen geestdrift onderzochten Fransche ambtenaren en reizigers de overblijfselen eener verdwenen kunstbeschaving en draalden zij niet met de vruchten van hun onderzoek wereldkundig te maken. Het spreekt wel van zelf dat men in den beginne meermalen in de verklaring der monumenten en aangaande den tijd van hun ontstaan mistastte. Niettemin zullen de namen van Garnier, Doudart de Lagrée, Moura, Tissandier, Delaporte, Harmand, Fournereau, Vedel met eere vermeld worden, als die van wakkere pioniers. Bovenal echter moet Aymonier genoemd worden, die door zijne studie van de landstaal, het Khmer, zich in staat stelde de talrijke inscripties in de oudere landstaal te ontcijferen en den datum dier stukken,

1 Vervolg en slot van p. 32 hiervóór. Het Tijdschrift voor Nederlandsch-Indië had in 1902 opgehouden te bestaan. (Noot van 1915).

Sluiten