Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dus ook der bouwwerken waarbij ze behooren, vast te stellen. Dit was een groote schrede voorwaarts, die reeds vóór 1880 was afgelegd.

De inscripties in 't Khmer waren niet de eenige: men trof eene groote massa van soms zeer lange opschriften aan in eene taal waarmede men geen raad wist, totdat toevallig eene proeve er van onder de oogen kwam van een Sanskritist. Deze herkende terstond een opschrift in 't Sanskrit, dat hij zonder moeite ontcijferde en vertaalde. Het gevolg van deze ontdekking was, dat Dr. Harmand hem de afdruksels van andere, grootere inscripties zond, die na ontcijfering en vertaling in een Fransch tijdschrift werden openbaar gemaakt. Van toen af, zooals de te vroeg aan de wetenschap ontrukte Abel Bergaigne zich uitdrukte, was de epigrafie van Kambodja, wat de Sanskritteksten betreft, geschapen, en sinds dien hebben Fransche Sanskritisten, in de eerste plaats Bergaigne en Auguste Barth, op onovertroffen wijze de ontcijfering, vertaling en verklaring der inscripties voortgezet, terwijl Aymonier verder bijdragen leverde ter vertolking der Khmersche teksten. Daardoor is onze kennis in de laatste twintig jaren met reuzenschreden vooruitgegaan, al blijft er begrijpelijkerwijze nog veel te doen over. De vóór eenige jaren tot stand gekomen stichting der «Ecole frangaise d'Extrême Oriënt», die reeds uitnemende bewijzen van haar werkzaamheid en veelzijdigheid gegeven heeft, zal zonder twijfel er in slagen de nevelen die nog over de oudheid van Kambodja liggen weg te vagen, voor zoover de gegevens zulks zullen toelaten.

De verdiensten van Aymonier bepalen zich niet tot het reeds bovenvermelde. Hij heeft ook in een omvang- en inhoudrijk werk samengevat wat men van 't oude Kambodja, zijn bevolking, zijn geschiedenis, zijn beschaving en kunst tot nog toe heeft kunnen opsporen. In drie lijvige boekdeelen, onder den titel van «Le Cambodge», heeft hij de uitkomsten neergelegd van een oudheid- en geschiedkundig onderzoek, dat zich niet enkel uitstrekt over het tegenwoordige Kambodja, maar ook over 't geheele gebied dat in de dagen van vroegere grootheid er deel van uitmaakte. Een overzicht van den inhoud der twee eerste deelen is te zijner tijd reeds medegedeeld in een onzer tijdschriften; daarom zal in de volgende regelen alleen sprake wezen van 't derde deel, in 't begin dezes jaars verschenen, dat gewijd is aan de beschrijving der groep oudheden van Angkor Vat en aan de geschiedenis des lands. In dit over de 800 bladzijden beslaande deel, rijk met de onmisbare afbeeldingen en platte gronden opgeluisterd, neemt de geschiedenis de laatste plaats in, doch zal hier 't eerst het onderwerp van bespreking uitmaken, in de veronderstelling dat ze genoeg bijzonderheden zal bevatten die de belangstelling kunnen wekken van hen die min of meer

vertrouwd zijn met hetgeen de Indische beschaving op Java gewrocht heeft,

Sluiten