Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opmerkt, was het anders gesteld in Tjampa, waar de landstaal later verschijnt, maar langer in zwang bleef dan het Sanskrit. Ditzelfde, mag men er bijvoegen, geldt van Java, waar verreweg de oudste opschriften Sanskrit zijn, terwijl ze later zeer zeldzaam worden in vergelijking met de Oud-javaansche teksten op steen of koper.

Wat het algemeen karakter der teksten in de twee talen betreft, drukt de Heer Barth zich aldus uit: «De eereplaats behoort aan de Sanskrit-teksten, welke de aanroeping der goden bevatten, de namen en den lof der schenkers vermelden, en in algemeene termen gewag maken van hunne giften. Een Sanskrit-strofe waarin sprake is van eene stichting zonder dat de schenker anders genoemd wordt dan in den toegevoegden Khmertekst zou iets zeer bijzonders wezen. In 't algemeen behelzen de Khmersche teksten de uitvoerige opsomming, met behulp van cijfers, van de wijgeschenken. Het zijn in zeker opzicht de protokollen der schenkingen, die nauwkeurig en bijzonderlijk registreeren al wat zich moeielijk in 't keurslijf der Sanskrit-verskunst liet persen.» Men begrijpt, dat deze bron van inlichtingen, hoe positief deze ook zijn, bovenal van godsdienstigen aard, en zeer arm is aan geschiedkundige gegevens. Bij 't vermelden der oprichting van godenbeelden of tempels, met opgave van de schenkingen in landerijen, slaven, vee, goud en zilver, bekommerden de opstellers der teksten zich weinig om oorlogsdaden of feiten uit de staatkundige geschiedenis, «en slechts bij uitzondering ontmoet men daarin eenige berichten over hetgeen in Kambodja voorviel buiten hetgene van belang was voor den godsdienst.»

De Indische beschaving in Kambodja vertoont, van den beginne af, een sterksprekend Brahmanistisch karakter en heeft dit behouden tot den tijd van plotseling verval. Niettemin bloeide er tot op zekere hoogte ook het Buddhisme, welks aanhangers met de belijders van Brahmanistische sekten in vollen vrede leefden en met dezen in de gunst van vorsten deelden, gelijk dit op Java het geval was. Het eerste, schuchtere optreden, gelijk Aymonier zich uitdrukt, dagteekent uit den jare 665, onder de regeering van Jayavarman I. De Buddhisten in Kambodja behoorden tot die groote afdeeling der kerk, welke bekend is onder den naam van Mahayana, dat in noordelijk Voor-Indië opgekomen, met de Brahmanisten het Sanskrit als taal zijner eigene kanonieke geschriften gemeen had en daarenboven sterk den invloed van 't Qivaïsme onderging, zoodat de Chineesche pelgrim Hiuen Thsang, die zelf een vurig Mahayanist was, in de 7de eeuw van de tegenpartijders, de Hïnayanisten of oudgeloovigen, het verwijt moest hooren, dat het Mahayana eigenlijk niets anders was dan een vermomd (jivaïsme.

4

Sluiten