Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stad Angkor Thom, waarvan de lezer in de volgende bladzijden eene beknopte beschrijving zal aantreffen. De gronden welke de Fransche geleerde tot staving van zijn gevoelen bijbrengt, zijn niet van kracht ontbloot, al zijn ze niet volstrekt afdoende. Onbetwistbaar is het, dat in een opschrift des konings gezegd wordt dat hij «de hoofdstad der Kambu's» oninneembaar en geducht maakte. Ook laten gedateerde teksten, betrekking hebbende op ettelijke kunst- en bouwwerken in de nabijheid van Angkor Thom, geen twijfel over dat deze laatsten op bevel van Yagovarman tot stand zijn gekomen en dat genoemde stad zijne residentie was.

Na den dood van Yagovarman, die in of kort vóór 910 moet gestorven zijn, volgden twee zonen van hem elkander in de regeering op. Behalve eenige Linga's en godenbeelden, welke de oudste der gebroeders in de omgeving van de hoofdstad liet oprichten, valt niets van hem te vermelden. Andere monumenten uit den tijd zijner regeering, zooals de vijf torens opgericht te Krevang ter eere van den god Visnu en de godin £rï, zijn afkomstig van eenige aanzienlijken in den lande.

In 928 kwam Jayavarman IV, zwager van Yagovarman, op den troon. Hij verplaatste om onbekende redenen zijne residentie naar 't NO., in een vrij woeste streek, en liet daar in de provincie Kampong Svay werken uitvoeren, waarvan de bouwvallen nog zichtbaar zijn.

De opvolger van Jayavarman, met name Harsavarman, overleed na een kortstondige regeering van twee jaren in 944, waardoor zijn oudere broeder Rajendravarman aan 't bewind kwam. Hij vestigde zijn verblijf weder in de vroegere hoofdstad Yagodharapura, d. i. Angkor Thom, die van toen af de officieele rijkszetel gebleven is.

Zoowel onder Rajendravarman als onderzijn opvolger, Jayavarman V, die in 968 aan de regeering kwam, kwamen verscheiden vrome stichtingen tot stand en werden op verschillende plaatsen Linga's en godenbeelden opgericht, deels door die vorsten zeiven, deels door andere personen. Hoewel beide koningen Brahmanisten waren en door hun schenkingen ondubbelzinnige blijken van gehechtheid aan hun geloof gaven, ontbreekt het toch niet aan bewijzen dat het Buddhisme in hunne gunst deelde. Zoo weten wij uit bewaard gebleven inscripties, dat een der ministers van Rajendravarman , die door den koning belast was met de verfraaiing der omstreken van Angkor Thom, in 946, 953 en 960, alleen of in vereeniging met andere voorname lieden aldaar verscheiden Buddhistische beelden liet oprichten en aan de bijbehoorende heiligdommen goederen en slaven schonk met koninklijke bekrachtiging. Ook van Jayavarman V weten inscripties te vertellen dat hij levendig belang stelde in den bloei van 't Buddhisme. Dit heeft niets bevreemdends, want het zal in Kambodja, gedurende het

Sluiten