Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zaamde schier de geheele Indische Archipel en een deel van 't Maleische schiereiland. Onder de bescherming van dien talentvollen vorst beleefden de letteren een nieuw tijdperk van bloei, herinnerende aan de dagen van Air Langga. Nog vóór 't einde der eeuw echter vertoonen zich sporen van verval, dat steeds toenam in de volgende, totdat Madjapahit bezweek voor den aanval van een Mohammedaanschen oproerling van koninklijken bloede. Van toen af werd de bevolking geleidelijk tot de leer van den Profeet bekeerd. De nieuwe godsdienst was hemelsbreed verschillend van de Indische vormen van geloof, terwijl het Zuidelijk Buddhisme, hetwelk in Kambodja Brahmanisme en Mahayanisme verdrong, toch van Indischen oorsprong was, en in zooverre bestaat er onderscheid tusschen Java en Kambodja, doch feitelijk is de verhouding, waarin de bevolking van beide landen staat tegenover het groote verleden, vrij wel dezelfde.

In de vorige bladzijden is meermalen sprake geweest van Angkor Vat. Het is de naam dien de inboorlingen geven aan zoo niet het schoonste, dan toch het reusachtigste, meest indrukwekkende bouwwerk in de onmiddellijke nabijheid van de oude hofstad Angkor Thom. Het heeft het eerste de aandacht getrokken en de bewondering opgewekt der onderzoekers; is van alle monumenten misschien 't meest bekende door de beschrijvingen en afbeeldingen, zelfs nabootsingen die er van bestaan. Ook andere overblijfselen der oudheid in de nabijheid van Angkor Vat hebben 't onderwerp van min of meer uitvoerige beschrijvingen uitgemaakt, ten minste gedeeltelijk. Veel van hetgeen aan vroegere onderzoekers ontsnapt was, heeft Aymonier ontdekt. De gezamenlijke uitkomst van al die nasporingen heeft hij neergelegd in de schoone hoofdstukken van zijn werk, die gewijd zijn aan «De groep van Angkor».

De onvergetelijke groep van bouwvallen — zoo ongeveer laat zich Aymonier uit —, bouwvallen welke de gebouwen der oude hoofdstad en de omliggende tempels uitmaken, neemt eene ruimte in van twee Iransche uren gaans (lieues) van Noord tot Zuid, en van vijf van Oost tot West. In deze ruimte zijn verspreid de «merkwaardigste overblijfselen der oude Khmersche beschaving: ontzaglijke citadellen, breede heirbanen, bruggen en kanalen, ruime waterbekkens, paleizen, tempels en groote pyramieden» (Delaporte).

Wanneer men den tocht van 't Oosten uit begint, ontdekt men, op niet verren afstand van elkaar, ettelijke bouwvallen, meest torens met opschriften, dagteekenende van de 10de eeuw. Om niet al te uitvoerig te zijn, zullen wij deze met stilzwijgen voorbijgaan, om langer stil te staan bij 't heiligdom te Kedei. Gelijk met zooveel oude gebouwen in Kambodja het geval is,

Sluiten