Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opgericht ter herdenking van de overwinningen en vrome stichtingen van den veldheer Sangrama, van wien reeds in 't overzicht der geschiedenis des lands sprake is geweest. In den tekst kan men twee in aard geheel verschillende gedeelten onderscheiden. Het eene, geheel in versmaat, bevat eene dichterlijke beschrijving van den veldheer Sangrama, die drie gevaarlijke opstanden dempte en daarvoor den dank des konings inoogstte. De held was even vroom als dapper: hij stichtte in 1066 verscheiden aan £iva gewijde kluizenarijen en richtte ook ter eere van £iva en van den koning een Litiga op.

Iets verder dan de plaats waar de gedenkzuil gevonden is, oostelijk aan de voorzijde van 't koninklijk paleis, ontwaart men een tiental torens op ééne rij, waarin Aymonier meent te herkennen de torens die volgens een Chineesch schrijver van de 13de eeuw vóór het paleis staan en, naar 's mans zeggen, dienen moeten bij de godsgerichten. Iets meer oostelijk zijn een paar gebouwtjes zichtbaar, van onbekende bestemming.

Vervolgt men 't pad, dat langs de oostzijde van de bouwvallen van 't paleis loopt, dan ontdekt men in 't Noordoostelijk stadskwartier een groep van ruïnen, welke bekend staat onder den naam van Preah Pithu. Deze groep omvat, volgens Fournereau, vijf gebouwtjes van geringe afmetingen, twee kruisvormige terrassen met torens, een vierhoekig terras en een aantal thans uitgedroogde waterbekkens. Over de beteekenis van dit geheele samenstel van bouwwerken, waarin men schier alle bestanddeelen der Kambodjasche godsdienstige bouwkunst vereenigd vindt: torens, pyramieden, kruisvormige terrassen en waterbekkens, zijn de geleerden het niet eens. Moura is van oordeel dat het een plaats van samenkomst voor schaakspelers van aanzienlijken rang zou kunnen wezen, zooals de anders volkomen onbetrouwbare overlevering wil. De Lagrée meent er een verblijf voor aanzienlijke personages in te kunnen herkennen, terwijl Aymonier de gissing oppert dat het geheel een kweekschool voor geestelijken was.

Westelijk van de beschreven groep, niet ver van de Noordzijde van 't paleis, zijn de ruïnen van twee tempeltjes zichtbaar. Het eene, Preah Palilay geheeten, is omgeven van een vierkanten muur en aan de Oostzijde voorzien van een belvedère in kruisvorm, versierd met leeuwen, Naga's en beelden van woest blikkende tempelwachters. Op het binnenplein kan men de sporen onderscheiden van een afgeknotte pyramiede in drie verdiepingen , waarvan het bovenste vlak een toren droeg. Het tweede tempeltje, waaraan de inboorlingen den naam van Vat Tep Pranam geven, is een vierkant terras binnen een ringmuur, dat tot onderlaag diende van een ontzaglijk afgodsbeeld in zittende houding, waarschijnlijk een Buddha, want een ter plaatse ontdekte gedenkzuil met Sanskrit-tekst leert ons dat

Sluiten