Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de stichting een klooster was van Buddhistische monniken. De tekst bevat o.a. ook een geslachtslijst van Yagovarman en den lof diens vorsten, waaruit men mag opmaken dat het klooster door of onder hem gesticht is, dus om en bij 't jaar 900. Een kort opschrift in de landstaal, aan den voet der zuil, is van later dagteekening; het vermeldt dat Koning Süryavarman (I) in 1005 dienaren schonk als bewakers van de landerijen des kloosters.

Ten Zuiden van 't paleis, op geringen afstand van een der uitgangen en in 't middelpunt van de stad, rijst het indrukwekkende bouwwerk van Ba Puon omhoog. Het heeft zeven telkens inspringende verdiepingen en was bekroond met een toren, thans ineengestort. Van de verdiepingen op vierhoekige terrassen, waarvan de trappen en torentjes nog gedeeltelijk zichtbaar zijn, verdient de tweede eene bijzondere vermelding. De buitenmuur is bedekt met beeldhouwwerk in tamelijk goeden toestand. Op den muur die naar 't Oosten gekeerd is, ziet men aan den eenen hoek voorstellingen van gevechten: strijdwagens, boogschutters, drommen van krijgers gewapend met knotsen , lansen, zwaarden; in een hoek een gewond vorst met twee personen in biddende houding naast hem. De andere kant vertoont een vreedzamer tafereel: een god die de hulde zijner aanbidders ontvangt; een vorst op een stier gezeten, en een dame rustende onder een sierlijke nis. Het schijnt niet twijfelachtig, ofschoon Aymonier er zich niet over uitlaat, dat de tafereelen ontleend zijn aan 't Mahabharata. De held, die gewond nederligt, is Bhïsma, de opperbevelhebber der Kaurava's; de god die de hulde zijner vereerders ontvangt, nadat door zijn toedoen de Pandava's overwonnen hebben, is Krsna, de wagenmenner van Arjuna; de vorst op den stier is Yudhisthira na de overwinning; hij wordt voorgesteld als zittende op een stier om aan te duiden, dat hij de zoon is van Dharma, wiens rijdier de stier is. De dame, behagelijk onder eene nis gezeten, is DraupadT, de gemalin der Pandava's, wier wraakgevoel door de nederlaag harer bittere vijanden bevredigd is.

Aan de twee hoeken van den Noordwand merkt men dezelfde afwisseling op van tafereelen van oorlog en vrede. Op den voorgrond staat een veelhoofdig persoon op een krijgswagen door leeuwen getrokken, verwoed strijdende te midden van een hagelbui van pijlen. Aan den strijd neemt een leger van apen deel. Het is duidelijk dat hier een tooneel uit het Rama) ana is afgebeeld. Volgens Aymonier zou de held op den leeuwenwagen negen hoofden en veel armen hebben, doch zonder twijfel moet het aantal hoofden tien zijn, en dat der armen twintig, want niemand anders kan bedoeld zijn dan Ravana, de koning van Lanka, die ten slotte door Rama en diens bondgenooten, de apen , overwonnen wordt.

Alvorens tot de beschrijving van het koninklijk paleis over te gaan, moe-

Sluiten