Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plat, waarboven zich de groote centrale toren verhief. Men zou het dus kunnen kenschetsen als een klein park binnen een muur en om twee concentrische galerijen; voorts terrassen pyramiedsgewijzeboven elkander geplaatst, van waar een vijftigtal torens rondom een machtigen middelbouw oprijzen.

Een eigenaardigheid waardoor de Bayon zich van schier alle scheppingen der Kambodjasche bouwkunst onderscheidt, is dat zij noch grachten noch gewijde waterbassins heeft. Wel is waar missen ook Angkor Vat, Ta Prom en Prea Keo zulke bassins, doch ze zijn beschermd door breede grachten.

De naar 't Oosten gekeerde hoofdingang, waartoe men opsteeg met een breede trap, gaf toegang tot een terras, van waar men langs zijtrappen naar den voorhof kon afdalen. De eerste galerij of tweede insluiting verbreedde zich tot acht kamers. De pilasters zijn versierd met lofwerk en nissen, waarin hemelnymfen gevat zijn. Op den binnenmuur waren voorstellingen van allerlei aard. De hoofdpoort eindigde in een koepel in den vorm van een Brahmabeeld met vier aangezichten.

De tweede, concentrische galerijen zijn samengesteld uiteen buitenste galerij met een door beeldhouwwerk versierden muur en met verschillende loggia's; voorts uit een ietwat donkere middelste galerij, die weinig licht ontvangt van de derde galerij, welke een soort kloostergang is.

Het middelste of de derde verdieping heeft den vorm van een Latijnsch kruis. De vijf trappen die tot het terras toegang gaven, hadden tot bewakers woest blikkende, met knotsen gewapende reuzen en dreigende leeuwen. Rondom verheffen zich een vijftigtal torens, wier toppen gevormd worden door een beeld van Brahma met vier aangezichten. Nog indrukwekkender dan dit alles is de groote toren in 't midden, die boven zijn vijftig satellieten uitsteekt, «een wonder van bouw- en beeldhouwkunst». Ook deze toren eindigt in een vierhoofdig Brahmabeeld met hooge kroon.

Ondanks den staat van verval waarin de Bayon verkeert, heeft men toch nog gelegenheid genoeg om zich eenig denkbeeld te vormen van den rijkdom aan bas-reliefs, waarvan vooral de tweede galerijen kwistig voorzien waren. Deze zijn 't uitvoerigst beschreven door Dr. Harmand ', wiens mededeelingen Aymonier overneemt.

Het is onbekend wanneer de Bayon gesticht is. Aymonier houdt het voor waarschijnlijk dat de bouw voltooid is geworden onder de regeering van Indravarman, omstreeks 880. De korte Khmersche opschriften die men op de wanden heeft aangetroffen, geven geen licht. Het schrift nadert den stijl die in gebruik was in 't laatste tijdperk der oude epigrafie.

1 L. Delaporte, Voyage au Cambodge (1880). Appendice, p. 398—411.

5

Sluiten