Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De twee gebouwtjes aan den kant van 't pad vertoonen den vorm van een kruis, waarvan de armen aan twee zijden galerijen hebben. De versiering is maar half voltooid.

De ingang van 't hoofdgebouw wordt voorafgegaan en gedeeltelijk aan 't gezicht onttrokken door een groot kruisvormig terras, welks onderbouw omgeven is van een zuilenrij.

De eerste verdieping van 't gebouw rust op een vier meter hooge onderlaag, rijkelijk met lofwerk versierd. Ze bestaat uit een vierkant van acht bedekte galerijen met dubbele zuilenrijen, paviljoenen en poorten. De muren der galerijen zijn geheel ingenomen door beeldwerk. Ook de buitenzijde der vertrekken en de fries waren versierd met afbeeldingen van vrouwen en van gebaarde heremieten. De bogen en bovengevels vertoonen tafereelen die aan 't Ramayana ontleend zijn, terwijl de god die 't menigvuldigst afgebeeld is, duidelijk als Visnu te herkennen is.

Het verdient opgemerkt te worden dat de zuidelijke galerij tegenwoordig, zooals Aymonier zich uitdrukt: «een waar museum is van Buddhistische standbeelden en symbolen, ordeloos op den grond opgestapeld». Hij veronderstelt dat het van lieverlede gebruikelijk is geworden deze galerij te beschouwen als een heilige plaats, meer toegankelijk dan de derde verdieping. Wat daarvan ook zij, zeer stellig is het gebouw oorspronkelijk geen Buddhistisch heiligdom en hebben de Buddhisten het eerst in lateren tijd in bezit genomen.

Van de galerijen der eerste verdieping stijgt men met trappen van achttien treden op tot de tweede. De trappen komen uit op drie voorvertrekken of portalen, van waar lange zijgalerijen zich uitstrekken tot aan de koepels der hoeken. Het beeldwerk vertoont hetzelfde karakter als wat men in de bogen der eerste verdieping aantreft. De vakken tusschen de poortbogen stellen een reeks van tafereelen voor uit het Ramayana.

De derde verdieping is een zuiver vierkant, waartoe twaalf trappen, één in t midden en twee aan de hoeken, van elke zijde toegang geven. Deze trappen, elk van veertig treden, versierd met beeldwerk, worden als het ware bewaakt door vier leeuwen aan weerszijden, dus in 't geheel door 96 leeuwen.

Het vierkant, waarvan de buitenste omtrek ten naasten bij 58 meter op elke zijde bedraagt, omvat buitengalerijen, uitkomende op vier kubieke vertrekken, waarboven zich koepels verheffen , voorts vier middelgalerijen, die van 't middelpunt van elke zijde uitgaande zich wenden naar een vijfden koepel, een grooten aan de vier zijden open toren, het voornaamste heiligdom dat het geheel beheerscht.

Dit heilige der heiligen, of wat het anders zijn moge, heeft tot top een kegelvormigen koepel in vijf trappen. Twintig uitspringende hoeken aan

Sluiten