Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pels, was ik aanvankelijk geneigd deze omstandigheid te wijten aan onwetendheid en verwarring van de twee godsdiensten bij het volk; maar na herhaalde waarneming kon zulk eene oplossing mij niet bevredigen; deze beelden namen niet zelden de heiligste plaatsen in de Buddhistische tempels in; en in 't vervolg putte ik voldoende inlichting uit gesprekken met, en uit de boeken van de Bauddha's, om mij te overtuigen dat de oorzaak der moeilijkheid dieper lag dan ik verondersteld had. De best ingelichten onder de Bauddha's verwierpen met verachting het denkbeeld dat bedoelde beelden Qivaïetisch zouden zijn, en zij wezen mij in de boeken hunner leer de Buddhistische legenden aan, die het gebruik van zulke, bij mij verdachte, symbolen rechtvaardigden en verklaarden. Daarenboven zag ik in de mij toegankelijke Europeesche boeken, zooeven vermeld, dat dezelfde schijnbare onregelmatigheid bestond in streken verre verwijderd van elkander en van het land waar ik woon. Inderdaad, waarvandaan ook Buddhistische monumenten van bouw- of beeldhouwkunst door Europeesche weetgierigheid aan 't licht getogen waren, overal vertoonden zich dezelfde twijfelachtige symbolen, zonder dat mijne nieuwsgierigheid bevredigd werd door hetgeen ik ter verklaring van het feit opgegeven vond. Ik toonde die monumenten aan een welonderrichten ouden Bauddha en vraagde hem wat hij er van dacht, inzonderheid van het vermaarde beeld der Trimürti in den grottempel van Westelijk Indië. De man erkende het als een echt Buddhistisch beeld! Nog veel, veel andere, die onze schrijvers voor £ivaïetisch verklaren, erkende hij als Buddhistisch!»

Na eene uitweiding over zekeren Bauddha uit Nepal die Gaya bezocht had, gaat Hodgson over tot het betoog dat al die schijnbare (Jivaïetische symbolen strikt en zuiver Buddhistisch zijn.

«Het doel van mijn opstel is het betoog te leveren dat zeer veel symbolen, hoewel oogenschijnlijk £ivaïetisch, niettemin strikt en zuiver Buddhistisch zijn; en dat wij daarom bij het onderzoek der oudheden van Indië en de eilanden, ons niet moeten verontrusten als wij op de plaatsen van oude Buddhistische tempels den genius loei zeiven versierd vinden met niet weinige schijnbare attributen van eene (^ivaïetische godheid; veel minder nog behoeven wij uit de tegenwoordigheid, op zulke plaatsen, van in schijn givaïetische beelden en typen te besluiten tot de tegenwoordigheid van werkelijk (,'ivaïsme.»

«Crawfurd, die te midden van honderden beelden van Buddha s stond, op den platten grond van eenen tempel welks vorm en bouw onwedersprekelijk het bewijs leverden dat die aan het Buddhisme gewijd was, liet zich toch door zekeren uiterlijken schijn vah (^ivaïsme verleiden om te besluiten dat de hoofdgodheid der plaats Hara zelf was! Ja, wat meer zegt, hoewel

Sluiten