Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij overtuigd was dat de oude godsdienst der Javanen het Buddhisme was, kwam hij toch tot de algemeene gevolgtrekking dat het «echte Buddhisme» niets anders is dan £ivaïsme, omdat hij steeds in alle groote Buddhistische tempels aangetroffen had wat hij hield voor de onbedriegelijke ken teekenen van den voorrang van den Hinduschen god der vernieling.»

Na verklaard te hebben dat de aanwezigheid van zulke symbolen en beelden die de eereplaats innemen, volstrekt niet naar Qivaïsme, niet eens naar eene vermenging van beide godsdiensten heenwijst, gaat Hodgson aldus voort:

«Voor zulk eene vermenging, waar of wanneer ook, heb ik geen enkel redelijk argument zien aanvoeren; en dat wat gewoonlijk geput wordt uit het bestaan van veronderstelde £ivaïetische beelden en zinnebeelden in en om Buddhistische tempels, is feitelijk valsch, en onvoldoende, zelfs indien het waar was. Ofschoon waarschijnlijk ontleend aan het £ivaïsme, zijn die beelden en symbolen echt Buddhistisch geworden doordat zij door het Buddhisme zijn overgenomen — evenals het standbeeld van den Capitolijnschen Jupiter de orthodoxe afbeelding werd van den Apostel Paulus, omdat de Roomsch Katholieken het heidensch beeld in een orthodoxen zin aannamen. En al ware deze verklaring van het bestaan van schijnbaar £ivaïsme in plaatsen die buiten kijf aan 't Buddhisme gewijd waren, veel minder bevredigend dan ze is, dan zou ik toch zeggen dat ze duizendmaal redelijker is dan de veronderstelling van een identiteit of vermenging van twee godsdiensten, waarvan de bespiegelende leerstellingen van elkaar verwijderd zijn als hemel en aarde, en wier belijders, zooals tamelijk wel bekend is, heftig elkander bestreden, zoodra het Buddhisme machtig werd.»

«Over 't geheel dan houd ik het voor zeker èn dat de typen van Qivaïsme en Buddhisme zeer dikwijls dezelfden zijn, èn dat de dingen daaronder verbeeld altoos meer of minder, en gewoonlijk radicaal, verschillend zijn.-»

«Van de geneigdheid onzer schrijvers om uitoogenschijnlijk Qivaïetische beelden en zinnebeelden tot Qivaïsme te besluiten, zal ik enkele treffende voorbeelden aanhalen uit Crawfurd's tweede deel, hoofdst. 1, over den ouden godsdienst der eilanders; en om tijd te sparen en odium te vermijden, zal ik mij liever tot de platen dan tot den tekst wenden.»

«Laat mij hier bijvoegen dat Crawfurd's vergissingen schier onvermijdelijk waren. Hij had geen toegang tot de doode of levende orakels van 't Buddhisme, en alleen afgaande op hetgeen hij zag, maakte hij redelijkerwijze de gevolgtrekking dat beelden, die al den schijn vertoonden van (^ivaïetisch te zijn, wezenlijk waren wat zij schenen te zijn; en dat (Jivaïetische beelden en zinnebeelden een ^ivaïetisch heiligdom aanwezen.»

«In zijn hoofdstuk, zooeven vermeld, zijn ettelijke afbeeldingen. N°. 27

Sluiten