Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

adem er bijvoegen dat ze slechts schijnbaar Qivaïetisch zijn ? Dat iets bij en na overneming min of meer van karakter kan veranderen, spreekt van zelf, maar de zaak verdwijnt daarom niet. Als zekere Buddhisten vereering bewijzen bijv. aan £iva, hetzij onder denzelfden of ondereenen anderen naam, dan houdt £iva toch niet op ook, en in de eerste plaats, een god derQivaïeten te zijn. Zouden er wel twee personen gevonden worden die zich van één en dezelfde zaak volkomen dezelfde voorstelling maken?

En welke andere waarde dan die van een uitvlucht kan men geven aan eene stelling als deze, dat de typen wel is waar gelijk, maar de door die typen verbeelde dingen ongelijk zijn? Te meer omdat er niet alleen sprake is van zinnebeelden, maar van werkelijke afbeeldingen van goden, van ondubbelzinnige £iva's enz. Is het ding «de zon», door alle Indiërs onder den eenen of anderen naam als goddelijk wezen vereerd, iets anders bij dezen dan bij genen? En wordt een (^ivaïetisch voorwerp van vereering van zijn karakter beroofd door het eenvoudige middeltje dat iemand het adjectief «schijnbaar» er voor gelieft te plaatsen? Toch wel niet.

Wie eenigermate in het karakter der Indiërs, onverschillig van welk geloof, is ingedrongen, weet dat het in hun gewoonten ligt eensdeels één en hetzelfde wezen, hetzij stoffelijk of geestelijk gedacht, onder verschillende namen aan te duiden naar gelang van de verschillende functies van zulk een wezen, van de verschillende rollen waarin het optreedt; anderdeels plegen zij één en hetzelfde wezen met verschillende namen te betitelen naar gelang van de secte of kaste waartoe de vereerders behooren, evenals de verschillende kasten, standen en godsdienstige vereenigingen zich daar te lande onderscheiden door kleeding, wijze van den gordel en den hoofddoek te dragen, enz., enz.

Indien dit zoo is, zal misschien iemand vragen, hoe komt het dan dat de oude «welonderrichte» Buddhist, wien Hodgson het beeld der Trimürti toonde, deze voorstelling boudweg voor echt Buddhistisch verklaarde? Eenvoudig omdat de man blijkbaar het epitheton ornans «welonderricht» niet verdiende. Had die Nepaleesche Buddhist de geschiedenis van zijne leer en van zijn eigen land gekend, dan zou hij niet zoo onnoozel geweest zijn. In Nepal zelve is eene inscriptie van den jare 792 (Nepalsche aera) bewaard gebleven, waarin Avalokite^vara als Loke^vara verheerlijkt wordt, en waarin deze regels voorkomen: 1

Matsyendram yoginam mukhyah, gaktah gaktim vandanti yam | Bauddha Lokegvaram tasmai namo Brahmasvarüpine. ||

D. i. «Hulde aan hem dien de voornaamste Yogins Matsyendra, de £ak-

1 Indian Antiquarv IX (1880), 192.

Sluiten