Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ta's Potentia (kracht), de Buddhisten Lokegvara noemen, aan hem die in zijn waren aard Brahma is.»

Men zou dergelijke uitingen in menigte uit alle tijdperken der Indische letterkunde kunnen aanhalen, maar wij hebben bovenstaand vers uitgekozen als het meest pikante, daar het uit Nepal is en tevens betrekking heeft op Loke^vara, dien Hodgson voor zoo specifiek Buddhistisch aanziet.

Voor het hoofddoel van onze eigene mededeelingen was het aangehaalde vers niet noodig geweest, want wij zullen met de bewijsstukken in de hand aantoonen dat de vermenging van Buddhisme, beter gezegd Mahayanisme, met £ivaïsme, welke Hodgson op zuiver bespiegelenden weg voor onaannemelijk verklaart, ondanks die onaannemelijkheid toch bestaan heeft. De aangehaalde verzen kunnen evenwel dienstdoen als toelichting op de «welonderrichtheid» van den ouden Buddhist, een van de «levende orakels», die, zooals meer bij orakels voorkomt, stouter was in verzekeringen naarmate hij minder wist.

Het is niet van belang ontbloot hierbij te doen opmerken dat de invloed van Qivaïsme op het Mahayanisme, met zooveel warmte door Hodgson bestreden, reeds in de 7de eeuw door Buddhisten van den ouden stempel met weerzin erkend werd. Wij lezen namelijk in de «Histoire de la vie deHiouenThsang», (p. 220), dat de monniken van Orissa, alle aanhangers van het Hïnayana, geen geloof hadden in de verhevene leer van het Mahayana; zij zeiden dat die leer afkomstig was van ketters en niet van den Buddha, en dat de monniken van het beroemde klooster van Nalanda, die kweekschool van 't Mahayanisme, in niets verschilden van de (Jivaïetische Kapalika's. Indien dus de overeenkomst tusschen (^ivaïsme en Mahayanisme op een optisch bedrog berust, zooals Hodgson de zaak wel zou willen voorstellen, dan moet men toegeven dat niet alleen Europeanen van de 19de eeuw de slachtoffers van dien bedriegelijken schijn geweest zijn.

Een zekere mate van invloed van het zoogenaamde Brahmanisme of hoe men verschillende oudere vormen van 't Hinduïsme ook noemen wil, op het Buddhisme, heeft nog niemand geloochend. Zelfs Hodgson spreekt van «ontleening». Niet zelden vindt men de erkenning van dien invloed uitgedrukt in de woorden dat de Buddhisten goden van het Indische Pantheon hebben overgenomen. Of deze uitdrukking wel de meest juiste is, is eene vraag die wij hier kunnen laten rusten. Zeker is het dat reeds in de oudste heilige boeken der Zuidelijke Buddhisten hoogere en lagere wezens uit de Indische godenwereld eene belangrijke rol spelen. Brahma en Indra treden in den Mahavagga, buiten kijf een der oudste geschriften van den Palicanon, meermalen handelend op. Ja, zonder de krachtdadige tusschenkomst van den god Brahma, zou het geheele Buddhisme niet bestaan;

Sluiten