Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de Jataka-Mala komen er niet minder dan 23 ook voor in het reeds in druk verschenen gedeelte der Pali-Jataka's. Bij vergelijking nu vindt men, dat al die stukken niet enkel wat den zakelijken inhoud betreft overeenstemmen, maar dat de verzen, d. i. het oudste en meest geheiligde gedeelte dier vertellingen, zich voordoen als verschillende lezingen van één en denzelfden tekst, behoudens het verschil in dialekt. Neemt men hierbij nog in aanmerking dat het boven medegedeelde onsamenhangende uittreksel in het Cariya-Pitaka alleen verstaanbaar wordt, indien het tot grondslag heeft zulk een verhaal als de Jataka-Mala ons biedt, dan is er weinig twijfel aan of het verschil tusschen de redactie in den Pali-canon en die in Qüra's bewerking moet van luttele beteekenis wezen. Het was noodig zulks op te merken, omdat de bewerking der stof door den Javaanschen dichter Tantular niet geringe afwijkingen vertoont, en het van belang was vast te stellen dat de oorzaak dier afwijkingen niet behoeft gezocht te worden in de Pali-redactie. Trouwens èn het Pali èn het Zuidelijke Buddhisme zijn op Java en in geheel Indonesië steeds onbekende grootheden geweest.

Het Oud-Javaansche gedicht, door den dichter zeiven eigenlijk betiteld als Purusada ganta, d.i. « Purusada bedaard» — duidelijkshalve zou men dit weer kunnen geven met «Purusada tot zachtzinnigheid bekeerd» is een vrij omvangrijk gewrocht. ' De stichtelijk-zedekundige legende is uitgedijd tot een uitvoerig romantisch verhaal met godsdienstig-wijsgeerige strekking, maar tevens rijk en bont gestoffeerd met veldslagen, tweegevechten , idyllische beschrijvingen van 't kluizenaarsleven, het lief en leed van minnende harten en de genoegens der min, met aandoenlijke tooneelen van vorstelijke weduwen die den gesneuvelden echtgenoot in den dood volgen, en niet het minst met godsdienstig-wijsgeerige gesprekken over het

wezen van Buddha en £iva.

De vraag die bij de lezing van dat alles telkens bij ons oprijst is: «uit welke bronnen heeft de Javaansche dichter zijne stof geput?» In een tal van bijzonderheden komt zijn voorstelling overeen met de ons bekende. Laten wij enkele daarvan aanstippen. De hoofdpersoon is Sutasoma; de tweede held van het stuk is Sudasa's zoon, bijgenaamd Purusada, de Menscheneter. Beider karakter is, in 't algemeen gesproken, hetzelfde als in de Indische redacties, doch beider geschiedenis, voordat zij met elkaar in aanraking

1 Het Hs. der Leidsche Universiteitsbibliotheek op palmblad met Baliueesche letter geschreven telt 127 foL, waarvan onbeschreven de voorzijde van fol. 1, naar gewoonte, en slechts gedeeltelijk beschreven de laatste bladzijde. Iedere bladzijde bevat vier regels, op elk waarvan gemiddeld 90 Aksara's. Dat geeft voor 't geheel, naar Indische manier van berekening, 2835 Grantha (Grantha of Qloka = 32 Aksara's). Het onderschrift is: iti Sutasoma sangkava (1. sungkava); tlasinurat. D. ï. ..Hier eindigt het geschrift «Sutasoma in rampspoed» of «in druk».

Sluiten