Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de IJzeren eeuw, met geen andere bestemming dan om den overmoedigen Geest der Duisternis (belichaamd in Sudasa's zoon) te fnuiken. De Groote Leeuw 1 der £akyas, de Buddha als de Allerhoogste, handelt niet; het werkdadige element wordt vertegenwoordigd door de Bodhisattva's,'zoowel in't oudere als in 't nieuwere stelsel; maar in het eerste gaan de Bodhisattva's onveranderlijk den Buddha vooraf, terwijl in het Mahayana Bodhisattva's als zonen van de bijbehoorende Buddha's, bepaaldelijk DhyaniBuddha's, optreden.

Het aangevoerde wettigt, onzes inziens, het boven geopperde vermoeden dat Tantular eene Mahayanistische redactie of omwerking der legende tot grondslag van zijn romantisch gedicht met godsdienstig-wijsgeerige strekking gebruikt heeft. Uit welke onderafdeeling der Mahayanisten die veronderstelde redactie afkomstig was, durven wij niet bepalen, want alles wat wij van de verschillende groepen of scholen in den boezem van 't Mahayanisme weten, is zóó verward en uit zulke onzuivere bronnen geput, dat het beter is zich daarover niet in gissingen te verdiepen.

De vraag hoe de gegevens waren waarover de Javaansche dichter beschikken kon, is geheel onafhankelijk van eene andere: «in welke verhouding staat zijn Sutasoma tot den ons van elders bekenden?» Te willen beweren dat zijn held in oorsprong verschilt van den ouderen, zou een spelen met woorden zijn. Beide zijn onloochenbaar «radicaal» één en hetzelfde wezen. Men zou kunnen zeggen dat het latere beeld eene vervorming is van het vroegere, doch het ding dat afgebeeld is blijft hetzelfde, al kan men het van verschillende standpunten beschouwen en in verschillend licht plaatsen. Wat de Bodhisattva tot stand brengt, is in beide gevallen hetzelfde: hij overwint de macht der duisternis en bekeert den menschenetenden Saudasa. Juist omdat hij handelend optreedt, en wel handelend in den dienst van licht en waarheid, moet hij de hoedanigheid van Bodhisattva bezitten. Of zulk een wezen nu voorgesteld wordt als eene vleeschwording van den hoogsten Buddha dan wel als een nog niet volkomen Buddha, doet weinig ter zake. Hij is en blijft een handelend wezen, en de Buddha handelt niet. Het is 't ABC van alle Indische stelsels dat de Hoogste Rede, onverschillig of men zich die denkt als zuivere abstractie dan wel zich voorstelt als belichaamd in de organische en anorganische wereld, dat de

Hoogste Rede zelve niet handelt, ofschoon zonder haar de organen wier

natuur stoffelijk is — ook werkeloos zouden wezen.

Bij alle en allerlei Buddhisten is het Hoogste Wezen de Buddha. Tot

1 «Leeuw» is in 't Sanskrit simha en ook hari. Substitueer dit laatste voor 't eerste, en schrijf het met een hoofdletter, en ge zult zien wie die Leeuw, — feitelijk voorgesteld als het toonbeeld van zachtmoedigheid, dus juist het tegendeel van een leeuw — is.

Sluiten