Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van daar dat Tantular spreekt van «vorsten», en ook vormelijk het Hindusch spraakgebruik volgt, want het Oudjavaansche manurunis «nederdalen», gelijk in het Sanskrit avatarati. 1

De opvatting van den Javaanschen Mahayanist sluit zich dan nauwer, ook vormelijk, bij de voorstelling van het Hinduïsme aan dan de leer in den Saddharma-Pundarlka ontwikkeld. Van Qivaïetischen invloed is ons tot nog toe niets gebleken. In het oudere gedeelte van het canonieke boek is die in 't geheel niet zichtbaar; het staat op het standpunt van de Bhagavad-Gïta en nadert het stelsel van het Brahmasütra of Middel-Vedanta, in zoo verre het Hoogste Wezen het brahma en persoonlijk gedacht Brahma Pitamaha, de Vader der schepselen, is. 2 De vereering van Brahma Pitamaha heeft zich onder de Buddhisten van Nepal, ten minste onder de theïstische secten er van, gehandhaafd: de Caitya's daar te lande, zijnde tempels van den hoogsten rang, zijn gewijd aan Adibuddha en de Dhyani-buddha's. Een van de beroemdste Caitya's is dat van Svayambhu Natha bij Katmandu. 3

In de laatste stukken van den Pundarïkazijnertal van aanrakingspunten met bepaald (^ivaïetische voorstellingen, doch daarover behoeven wij hier niet uit te weiden j wij bepalen ons tot de theorie van de hoogere eenheid van £iva en Buddha, gelijk die in het oude Javaansche gedicht verkondigd wordt.

Misschien is het niet geheel overbodig er aan te herinneren dat £iva voor de £aiva's van welke richting ook, geenszins alleen de Vernieler is, zooals Hodgson zich laat ontvallen. Neen, hij is de Paramegvara, de opperheer, de hoogste Guru en de bespiegelende wijsgeer bij uitnemendheid. 4 Wie, die geen vreemdeling is in de Indische letterkunde, kent niet de schoone beschrijving van £iva's idyllisch kluizenaarsleven in den Himalaya, in Kalidasa s Kumara-sambhava? Voorzeker, in een zijner vormen is £iva de verdelger, is hij Mahakala, en als zoodanig is hij in ons gedicht de bezieler, d. i. het eigenlijke wezen, de kwintessens van Sudasa's zoon, den Menschenverslinder, alias Rahu, den verduisteraar. Doch de hoofdgebeurtenis van het gedicht is juist de zegepraal van Sutasoma, die openbaring van het Hoogste Wezen, van Buddha, van den Leeuw onder de Qakya's, op Saudasa-Mahakala, die zich — om de woorden van Tantular zeiven te gebrui-

1 De term Avatara is bij de Noordelijke Buddhisten zeer wel bekend; de Lama's van Tibet bijv. beschouwen zich zeiven als Avatara's; zie Hodgson Essays p. 48.

2 Vgl. voorrede op de Engelsche vertaling van Saddh. PunijL p. XXVII. TZie hiervóór p. 139.] ' L '

* Hodgson Essays p. 29; 111.

' Wij verwijzen hier alleen naar het overzicht van drie Qivaïetische stelsels in den Sarvadar9ana-sangraha, p. 74, vgg.

Sluiten