Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Buddha's, die echter op zich zeiven, zonder de levenwekkende aanraking van de Rede, den inwendigen souverein, ook werkeloos zouden zijn. Doch zoodra de levenwekker in hen vaart, geven zij geboorte aan de Dhyanibodhisattva's en deze zijn werkzaam. 1

De Dhyani-buddha s zijn volgens de volkomen duidelijke bepaling van hun wezen, pancendriyakara, pancayatanakara en pancabhütakara, d. i. «zij verbeelden de vijf zinnen, de vijf zetels der zintuigen en de vijf elementen die het veld der zintuigelijke waarneming zijn.» 2 Dus verbeeldt Ratnasambhava den reukzin, voorts den zetel van den reukzin, den neus, en eindelijk diens element of gebied (visaya, veld, gebied der zinnelijke waarneming; anders element, bhüta, en ook artha, object, genaamd); als dit gebied wordt beschouwd het vuur, in afwijking van de meer algemeene Indische voorstelling, volgens welke de aarde het eigenaardig veld van den reukzin uitmaakt. — Amitabha vertegenwoordigt den smaak, welks zetel de tong is en als welks gebied het water wordt beschouwd, overeenkomstig algemeen Indisch gebruik. — Vairocana verbeeldt het gezicht, het oog, en ten derde het bijbehoorend element aether; anders de Hindu's, die als veld van 't gezicht het licht beschouwen. — Amoghasiddhi vertegenwoordigt den tastzin, de huid en de aarde, terwijl anders het element lucht of wind voor den gevoelszin bewaard wordt. — Eindelijk Aksobhya verbeeldt het gehoor, het oor en de lucht; de Hindu's beschouwen de aether als het element van het gehoor, van 't geluid.

Wij zien dat de Dhyani-buddha's slechts kunstmatige eenheden zijn, samengesteld uit ongelijkslachtige bestanddeelen, tenzij men ze wil beschouwen als uitvloeisels van een soort idealisme of sectarisch Vedantisme, dat het waargenomene met het waarnemende vereenzelvigt, of liever, het eerste alseene zinsbegoocheling wegcijfert. Hoe hetzij, de Dhyani-buddha's zijn ^ de benaming daargelaten, niet het uitsluitend eigendom van het Mahayana, want men vindt hen terug als de Pancendra's, de vijf Indra's (d. i. de vijf indriya's, zintuigen) in eene Jaina-inscriptie, en als de Panca Kugika's 3 bij de £ivaïeten op Java. In ons gedicht (fol. 44, a) heeten zij ook de 5 Pitamaha's, waardoor hun verhouding tot den oppersten Pitamaha Brahma nog duidelijker uitkomt. De vereering der vijf verpersoonlijkte zintuigen is, om zoo te zeggen, het noodzakelijk aanvulsel van eene leer die

1 «The Dliyani Bodhisatwas are, one by one, in succession, the tertiary and active authors of cieation»; Hodgson Essays p. 28.

2 Zie Hodgson p. 77.

" Kuka's in dezen 2111 is een plurale tantum, waarbij als enkelvoud Kaupika, een naam van Indra, behoort, evenals Kaurava het enkelvoud van Kuru's is. In samenstelling wordt natuurlijk wederom het stamwoord gebruikt; dus heet Indra K u v i k o 11 a m a d. 1. Kupikanam uttama.

Sluiten