Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het heeft in de eeuw die achter ons ligt niet ontbroken aan welgeslaagde pogingen om de grootsche overblijfselen der oude Hindoe-Javaansche bouwkunst in beeld en schrift voor ons te doen herleven, en het zou ondankbaar zijn dat niet te erkennen. Toch valt niet te loochenen dat meer had kunnen geschieden, dat wegens 't beperkt aantal van onderzoekers de nasporingen op te kleine schaal zijn voortgezet, en, vooral, dat de belangstelling van ons beschaafd Nederlandsch publiek niet evenredig was aan 't gewicht van 't onderwerp. Men vergete niet dat elke vooruitgang in wetenschap en kunst niet enkel afhankelijk is van de begaafdheid, geestdrift en werkkracht van geleerden en kunstenaars, maar tevens van den bijval en de tegemoetkoming van een belangstellend publiek. Nu is het een algemeen verschijnsel bij alle volken, dat hetgeen ver af ligt in tijd en ruimte minder de aandacht trekt dan wat er om zoo te zeggen onder onze oogen te zien is en oprijst; op dien algemeenen regel maakt ons volk geen uitzondering, maar het heeft nog de bijzondere eigenschap dat het gaarne op vreemde markten koopt wat het thuis veel beter krijgen kan.

Onder de Middeleeuwsche bouwwerken van Java neemt het Buddhistische heiligdom van Boro-budur eene eerste plaats in. Reeds Raffles gaf in zijne «History of Java» afbeeldingen van dit gebouw naar opmetingen en teekeningen van den Hollandschen ingenieur Cornelius, wiens werk de Britsche landvoogd goedvond nauwelijks te noemen. Sedert het verschijnen van de «History of Java» werd af en toe het een en ander over 't reeds beroemd geworden heiligdom publiek gemaakt1, o. a. door Ds. Brumund en Fergusson, doch het duurde tot 1873, vóórdat op last der Regeering door Dr. Leemans eene beschrijving werd uitgegeven tot toelichting van den grooten atlas van platen naar teekeningen door en onder toezicht van Wilsen vervaardigd. Men is het er tegenwoordig over eens, dat uit de hand geteekende afbeeldingen niet de noodige nauwkeurigheid hebben en dat alleen lichtbeelden aan strenge eischen voldoen kunnen. Ieder die in de gelegenheid geweest is kennis te maken met de uitstekende fotografieën van v. Kinsbergen en de zeer verdienstelijke van den Javaan Cephas, zal dit beamen en het jammer vinden dat deze nog niet gereproduceerd zijn, doch dit neemt niet weg, dat, den tijd en de omstandigheden in aanmerking genomen, het werk van Wilsen en Leemans zijn verdienste heeft, al

'Een overzicht van de litteratuur over 't onderwerp gaf Dr. Verbeek in Verhandelingen van 't Bataviaasch Genootschap, D. XLVI (1891).

Sluiten