Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was het maar omdat het den lust tot verdere nasporingen heeft opgewekt. Een der gevolgen van de levendiger geworden belangstelling in oudheidkundig onderzoek, waaraan o. a. de Jogjakartasche Vereeniging voor Oudheidkunde haar ontstaan te danken had, was de ontdekking in 1885 door IJzerman, dat de voet van 't zichtbaar gedeelte des heiligdoms rustte op een onder de aarde bedolven onderbouw. Bij de opgravingen die genoemde Vereeniging liet verrichten, kwamen verscheiden, deels nog onvoltooide beeldhouwwerken te voorschijn. Enkele hiervan waren voorzien van bijschriften in Oudjavaansche karakters, waardoor het mogelijk is geworden bij benadering de eeuw te bepalen waarin het trotsche gebouw verrezen is.

Indien zulke bijschriften niet geheel ontbroken hadden op de tafereelen in bas-relief van den bovenbouw, zou men bij de verklaring van hetgeen die tafereelen voorstellen minder zwarigheden ontmoet hebben. De eenvoudige Buddhabeelden waren over 't algemeen gemakkelijk genoeg te herkennen; ook van sommige tafereelen kon men met zekerheid zeggen op welke geschiedenis in 't leven of in 't vóórbestaan van den Buddha ze doelden, doch omtrent verreweg de meeste voorstellingen tastte men in den blinde rond.

Een groote stap voorwaarts op den weg die leiden kon tot eene volledige verklaring van de menigvuldige beeldhouwwerken, was een gelukkige vondst die wij aan de scherpzinnigheid van den Russischen geleerde Sergius Oldenburg te danken hebben. Het gelukte hem namelijk, een aantal voorstellingen uit de Jataka's, d. i. geschiedenissen uit het vóórbestaan van den Buddha, te herkennen1, en tevens ontdekte hij dat de volgorde der Jataka's nagenoeg dezelfde is als in den eenige jaren vroeger uitgegeven Buddhistischen bundel van Jataka's (Jataka-mala) 2.

Deze vondst was ook daarom van niet weinig belang, omdat daardoor het uitzicht geopend werd te vinden dat ook bij de overige voorstellingen een bepaald tekstboek tot leiddraad gestrekt had.

Behalve Jataka's, waarvan de Jataka-mala een 34-tal bevat, bezitten de Noordelijke Buddhisten — en alleen dezen komen voor Java in aanmerking — nog verzamelingen van soortgelijke verhalen, bekend als Avadana's of Legenden. Hoewel Oldenburg voorstellingen uit 4 Avadana's op de beeldhouwwerken van Boro-budur herkende, werd geen bepaalde volgorde daarin teruggevonden. Misschien zal later blijken dat het Ava-

1 De Hollandsche vertaling van Oldenburg's artikel vindt de lezer in Bijdragen van 't Kon. Instituut van T. L. en Y. K., D. XLVII (1897). — Zie de volledige vertaling van Prof. Oldenburg's bovenbedoeld opstel hierachter. (Noot van 1916).

2 In Sanskrittekst uitgegeven door Sch. dezes (Boston etc., 1891); in Engelsche vertaling door Prof. Speijer te Groningen, in genoemde Bijdragen D. XLII (1893) en XLIV (1894), later in Sacred Books of the Buddhists (ed. Max Müller), D. I (1895).

Sluiten