Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

instrumenten en andere voorwerpen. Dat alles geschiedt op eene wijze die blijk geeft dat de Sch. eene goede opmerkingsgave bezit.

In aanteekeningen aan den voet der bladzijden worden ten behoeve van den algemeenen lezer verklaringen gegeven van Buddhistische termen, met verwijzing naar de bronnen, waaruit Sch. geput heeft. Het mag niet verzwegen worden dat daaronder wel eens verklaringen voorkomen die als geheel verouderd gerust achterwege hadden kunnen blijven, doch daarover willen we den Sch. die geen Sanskritist is, niet hard vallen. Evenmin over andere misvattingen, al mogen we niet nalaten daarop de aandacht te vestigen. Zoo is het onjuist, wat in Noot 2 op blz. 4 staat dat gramana's volgens Buddhistische terminologie, brahmaansche asketen zijn, want de Vramana's worden altoos tegenover de Brahmanen gesteld. Onder de Tïrthika's waren geen Brahmanen volgens Buddhistische opvatting wel Jaina's en andere sectariërs. Volgens de Buddhisten — en alleen'met hun zienswijze hebben wij hier te doen, niet met de scheeve voorstellingen van Europeesche geleerden - volgens de Buddhisten zeiven dan, was de Buddha zelf een Brahmaan, niet van geboorte, maar in aard en wezen

Op de volgende bladzijde, Noot 2, lezen we dat de inhoud van 't eerste ïoofdstuk in den Lalita-Vistara niet op de reliefs van Boro-budur wordt voorgesteld. Doch dat spreekt van zelf: dat hoofdstuk is de inleiding tot het verhaal ; de geschiedenis begint eerst met het verblijf van den Bodhisattva

1!1 TT,"™61' EenC Ver§issinS is het dat het tooneel van 'teerstehoofdstuk op BI. XVII van Cunningham's Stüpa of Bharhut is afgebeeld. Op die plaat vindt men den ladder waarlangs de Buddha in veel later tijd uit den hemel naar de stad Sankagya was afgedaald. In den tijd toen de Stüpa van Bharhut gebouwd werd, bestonden nog in 't geheel geen afbeeldingen van de Buddhafiguur: alleen door zonradvormige voetstappen wordt zijn aanwezigheid of gewezen aanwezigheid aangeduid.

De voorstelling op PI. 4, getiteld «Hemelvaart der Praccekabuddha's» wijkt eenigszins af van wat in Lalita-Vistara staat, waar sprake is van 500 I raccekabuddha s, terwijl er op de plaat slechts vier zijn. Dit feit is den Sch. niet ontgaan. Behalve dit verschil in de getallen, verdient opgemerkt te worden dat de type der figuren meer Javaansch dan Indisch is

Op blz 11 is voor Kolika te lezen Kokila, de naam van den Indischen koekoek, die de tegenhanger is van den Bulbul der Perzen, onzen nachtegaal De plaatsbepaling van Kapilavastu in Noot 1 is onjuist; de stad ligt in Nepal. s

Een zeer aardig beeldwerk is No. 13, getiteld «De droom van Maya». Men ziet de Koningin slapende op een prachtbed in een bovenvertrek van t paleis, terwijl een der wakende dienaressen haar met een waaier koelte

Sluiten