Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijne geboorte als knaap optrad, hier als zuigeling te ontmoeten, doch in de sprookjeswereld hebben zulke gedaanteverwisselingen niets bevreemdends.

Wederom zien wij het kind op den schoot zijns vaders op de volgende plaat, die het bezoek voorstelt van den heremiet Asita en diens neef Naradatta. Dit bezoek en de droefheid van den ouden man omdat het hem niet gegeven zou zijn den Bodhisattva te zien nadat deze de Buddha-waardigheid zou bereikt hebben, is een van de meest bekende en best verhaalde gedeelten der geheele legende.

Niet lang na zijne geboorte — hieromtrent is er overeenstemming tusschen alle ons bekende Noordelijke teksten — werd het knaapje naar den tempel gebracht. Hierop heeft PI. 35 betrekking, doch in plaats van een kind wordt de Bodhisattva als een oudere knaap voorgesteld. Behalve deze afwijking van het tekstverhaal is er nog een andere waarop Pleyte de aandacht vestigt, n.1. deze dat de Bodhisattva niet in den tempel staat, maar daarvóór.

Aan den gang naar den tempel zijn niet minder dan drie reliefs gewijd, klaarblijkelijk omdat het in 't oog der geloovigen een hoogst belangrijke gebeurtenis was. Immers, de bedoeling waarmede men den Bodhisattva naar den tempel voerde was om den goden hulde te brengen, maar wel verre dat het kind dezelfde gezindheid toonde, verklaarde hij zelf een hoogergod te wezen dan alle goden en ten blijke dat hij de waarheid sprak, vielen de godenbeelden in den tempel bij zijn binnenkomen van de voetstukken neder vóór zijne voeten.

Toen de knaap den leeftijd bereikt had waarop kinderen naar school plegen gestuurd te worden, bracht men hem bij meester Vigvamitra. Het bleek al ras dat de knaap door zijne ongeëvenaarde bekwaamheid in alle vakken den schoolvos overtrof, zoodat deze van stomme verbazing van zichzelven viel. Na nog eenige proeven van bovenmenschelijke bekwaamheid gaf de Bodhisattva den scholieren onderricht in 't alfabet en wel zóó, dat hij bij 't uitspreken van elke letter door de knapen een met die letter beginnend hoofdbeginsel der Buddhistische heilleer — die hij eenmaal zou verkondigen — te pas bracht. Deze geschiedenis is voorgesteld op PI. 37 en 38.

Dit schoolbezoek is om meer dan één reden heel merkwaardig. Het is in Indië nooit de gewoonte geweest dat Prinsen naar de kinderschool gezonden werden. Dit gevoegd bij de omstandigheid dat het verhaal alleen aangetroffen wordt in den Lalita-Vistara — want noch de Zuidelijke overlevering, noch de Noordelijke van het boek Mahavastu weet er iets van — wekt het vermoeden dat het verhaal niet van Indischen oorsprong is. Hoe het zij, de afbeelding op de reliefs van den Boro-budur pleit voor de veronderstelling dat een of andere redactie van den Lalita-Vistara of een uit-

Sluiten