Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoe de uitleg was van 't verhaal en of die overeenstemde met de teksten die wij bezitten is onmogelijk te zeggen; hiervoor geven de voorstellingen te weinig details en buitendien weten wij niet in hoeverre de kunstenaars van dien tijd de gewoonte hadden van zich strikt te houden aan den tekst dien zij illustreeiden, zoodat wij bijv. moeilijk bepaald kunnen zeggen, waarom de kunstenaar bij de voorstelling van 't Dabbhapupphajataka, op 't bas-relief Uda geheeten (zie beneden 39) een kluizenaar ten tooneele heeft gevoerd van wien de tekst niets zegt, en geen plaats heeft gegeven aan den boomgod die de Buddha toen ter tijd was '. Mogelijk hebben wij hier in werkelijkheid een illustratie van een eenigszins anderen tekst, en dat een zoodanige kon bestaan — dit zien wij uit een Tibetaansche lezing, blijkbaar vertaald uit het Sanskrit, welke ten opzichte van 't onderwerp dicht bij de I ali-redactie staat, maar zeer verschilt in de bijzonderheden 2.

Een ontwijfelbaar bewijs dat de Jataka-voorstellingen van Bharhut geen illustratie leveren op de canonieke verzameling der Jataka's in 'tPali 3,zien wij in 't volgende: een van de Jataka's wordt op een bas-relief genoemd \ avamajhakiyam jatakam; zulk een Jataka komt in de Pali-verzameling niet voor, maar, zooals I. P. Minajef4 't eerst heeft aangetoond, is er in t Mahaummaggajataka een episode, overeenkomende met wat op 't bas-relief is voorgesteld. Indien de verschillen in den titel van één en hetzelfde Jataka geen overtuigend bewijs opleveren, aangezien ook de Palihandschriften soms verschillende titels geven aan één en denzelfden tekst, strekt toch de afscheiding van een episode tot een afzonderlijk}^^, onzes inziens, tot een klaarblijkelijk bewijs, dat de kunstenaar te Bharhut niet den ons thans bekenden Pali-tekst ter hand had. De veronderstelling dat Yavamajhakiya een titel zou kunnen wezen van 't geheele Mahaummaggajataka, schijnt ons ten eenen male onwaarschijnlijk.

Indien t Kinara jataka (zie beneden 14) te recht met een episode in Takkariyajataka vereenzelvigd is, gelijk Hultzsch 5 gedaan heeft (in tegenstelling tot de door Warren en ons zeiven aangenomen identificatie met het Bhallatiya jataka), dan hebben wij nog een ander, met het zoo even aangevoerde overeenkomstig geval.

Heilige boeken hebben bij de Buddhisten zonder twijfel in zeer oude tijden bestaan, de opschriften en materieele monumenten leggen hiervan, maar ook alleen hiervan voldoende getuigenis af: eenige bepaalde oude

1 Vgl. Warren, S. J. Two Bas-reliefs etc. Leiden 1890, 17.

2 Schiefner, A. Tibetan Tales derived from Indian Sources. London 1882, 332—334 The two Otters and the Jaclcal.

3 Bühler 1. c. 16.

4 Minajef, I. P. Buddizm T. I. S. Pet. 1887, 151.

5 Hultzsch 1. c. 226.

Sluiten