Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

o. Dit Jataka is 't eerste toegelicht door I. P. Minajef, die een vertaling gegeven heeft van den oorspronkelijken tekst; aangezien de Pali-tekst nog niet is uitgegeven 1, deelen wij hier de vertaling van genoemden geleerde mede.

«In de stad», zoo wordt in de Pali-redactie van 't gewijde verhaal verteld, «ontstond er, zoodra men vernam dat de Wijze gevlucht was, een grootè opschudding. 7 oen Senaka en de overige Wijzen (vijanden van den voortvluchtige) van zijn vlucht hoorden, zeiden zij: «weest niet bezorgd: zijn wij geen Wijzen ?»

«Zonder iets aan elkaar te zeggen, zonden zij ieder een geschenk 2 aan Amaradevl (een wijze vrouw).»

«De slimme jonge vrouw nam de geschenken in ontvangst en zeide tot ieder: «kom tegen dien en dien tijd»; zoodra zij gekomen waren, schoor zij hun t hoofd kaal en wierp hen in een vuilnisput.

«Na de Wijzen duchtig gekweld te hebben, zette zij hen in een korf; na den koning kennis gegeven en de vier kleinooden bij zich gestoken te hebben, ging zij, gezamenlijk met de vier Wijzen, naar 's konings hof, knielde voor hem neder, en, opgestaan zijnde, zeide zij: «Koning! niet de wijze Mahosadha is de dief, zie hier, enz.»

En toen openbaarde de slimme vrouw, hoe de mededingers van haren man de kostbaarheden des konings gestolen, haar die toegezonden, en haren man onschuldig beticht hadden.»

6. Dit is, gelijk reeds door Cunningham en Rhys Davids aangetoond werd, t Mugapakkhajataka, d. i. «Jataka van den stommen kreupele».

Het verhaal is naverteld door Minajef3, een vertaling uit het Burmeesch werd geleverd door St. Andrew St. John «, de Tibetaansche lezing werd vertaald door Schiefner E. Het bas-relief bevat drie tafereelen: 1) de prins Temiya op de knieën voor zijn vader, 2) de prins wordt naar 't bosch gevoerd en een kuil voor hem gegraven, 3) kan op tweederlei wijze verklaard worden: a) de koning bezoekt den prins in den staat van kluizenaar (hiertegen pleit, dat volgens den Burmeeschen tekst, vertaald uit het Pali, de koning den prins bezoekt in een klooster) en b) de prins gaat naar 't bosch om

1 Dit werd geschreven vóórdat D. VI van Fausböll's uitgave der Jataka's in druk verschenen was. Het hier meegedeelde stuk der vertaling (in M.'s Buddizm, 152—153) beantwoordt aan p. 369 van gezegde boekuitgave. — h. k.

2 De geschenken waren zaken die den koning ontstolen waren.

J Minajef, I. P. Indéjskija skazki. Z. M. N. P. 1876. II, 399,

4 E S. St. Andrew St. John. Temiya Jataka Yatthu. J. li. A. S. n. s. XXV (1893) 357-391.

Sch.efner, A. Tibetan Tales. 247-256 (XIV. The Dumb cripple). Wij kunnen niet nalaten te wijzen op t onm.skenbaar verband van dit Jataka met het verhaal over den prins m de Arabisch-Perzische redactie van Barlaam en Joasaf (= Josaphat). Vgl 't

Perz. verh. over B. en J. Z. Y. O. IV, 243 vgg.

Sluiten