Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo over u», wekte twist tusschen hen en stortte ze in 't verderf. Inmiddels ging de jager naar den koning en zeide: «Majesteit, er heeft zich een derde onder hen vertoond.» «Wie is dat?» «Een jakhals, Majesteit.» De koning zeide: «Hij zal tusschen beiden twist stoken en hun dood veroorzaken ; wij zullen te rechter tijd komen, wanneer zij reeds dood zullen wezen.» Dit gezegd hebbende, besteeg hij zijn wagen, reed op den door den jager aangewezen weg en kwam aan, toen beiden, na gevochten te hebben, reeds omgekomen waren. De jakhals verheugd en blij at nu eens 't vleesch van den leeuw, dan weêr van den stier. De koning, bij 't zien van de omgekomenen, staande op zijn wagen en met zijn wagenmenner een gesprek voerende, sprak de volgende verzen uit:

1. Er bestond geen gemeenschap in vrouwen,

Noch in voedsel, o wagenmenner,

Doch, zie, van dezen twiststoker Wat een listig opzet!

2. Gelijk een scherp zwaard in 't lichaam Snijdt een leugenachtig woord,

Waardoor lage wilde dieren

Een leeuw en een stier verteren.

3. Op dit bed 1 ligt,

Dat gij ziet, o wagenmenner,

Hij, die op 't woord van den twiststoker,

Den leugenachtigen, acht slaat.

4. Die lieden leven gelukkig,

Als de menschen die in den hemel zijn,

Die op de woorden van een twiststoker Geen acht slaan, o wagenmenner.

Cammasatakajataka, «Jataka van den kluizenaar in't lederen kleed». (324) 2.

Eertijds onder de regeering van Brahmadatta te Benares, hield de Bodhisattva, geboren in een koopmansfamilie, zich bezig met handel te drijven. Eens kwam een zekere in een lederen gewaad gekleede 3 monnik, terwijl hij rondging om in Benares voedsel te bedelen, ter plaatse, waar een gevecht van rammen plaats had, en ziende dat één ram terugtrad, dacht hij: «de ram bewijst mij eer.» De monnik ging niet uit den weg, en vouwde eer-

1 D.i. doodbed; er wordt gedoeld op den leeuw en den stier, die elkaar gedood hebben.

2 Zie Morris, R. Folk-tales of India. F. L. J. III. (1885) 248-249.

3 De dracht van zekere niet-buddhistische bedelmonniken. — h. k.

Sluiten