Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CLX. 99. ) \

100. \ DenKoning wordt een vrucht (?) gebracht, i

101. De Koning maakt zich op om de vruchten > 27. Mahakapi.

op te sporen. I

102. De apen redden zich door de vlucht. J CLXI. 103. De slapende Vorst. \

104. De Vorst zoekt de vrouwen. [ 28. Ksanti.

105. ? )

CLXII. 106. [Brokstuk].

107. [Geen teekening],

CLXIII. 108. \

109. ? [Geen teekening],

110. )

111. Brahma leest den Koning eene zedespreuk voor. 29. Brahma. CLXIV. 112. De olifant en een der reizigers. \

113. Reizigers. ]

114. De olifant maakt aanstalten om zich in de f

diepte te storten. ( Hastin.

115. De reizigers eeren de overblijfselen van den \

olifant. ƒ

CLXV. 116. Sutasoma en de Brahmaan. \

117. Saudasa ontvoert Sutasoma. J

118. Sutasoma hoort de spreuken des Brah- f „

maans ten einde. / 31. Sutasoma.

119. Sutasoma houdt eene preek tot Saudasa 1

en de prinsen. /

CLXVI. 120. Geboorte des Prinsen. \

121. )

122. ) ? I

123. De Prins rijdt uit. f

CLXV1L 124- ) 32. Ayogrha.

125. [ ? b-

126. )

CLXVI1I. 127. De Prins heremiet geworden.

128. [Geen teekening], ƒ

CLXIX. 129. De aap en de buffel. \

130. Een Yaksa vraagt den buffel waarom hij den i

aap duldt. f

131. ? ( 33. Mahisa.

132. De Yaksa luistert naar de zedepreek van 1

den buffel. /

Sluiten