Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Volgens een algemeen bij de Buddhisten heerschende voorstelling zijn er 8 voorname hellen (naraka', niraya). Men vindt de namen opgegeven in Jataka V, 266, nl.:

Samjïvo, Kalasutto ca Samghato dva ca Roruve |

athaparo Mahavïci Tapano ca Patapano ||

Hiermee komt overeen de opsomming in Mahavastu I, 9 en III, 454: Samjïvam Kalasütram ca Samghatam [ca] dvau ca Roravau | athapara Mahavlcï Tapano ca Pratapano ||

Eenige namen zijn licht te begrijpen. Zoo beteekentTapano «brandend» en tevens «pijnigend»; Pratapana hetzelfde in sterkeren graad. Roruva, Rorava (ook Raurava, o.a. Manu IV, 85) beteekent zoo iets als «voortdurend gebrul» of «brullend»8. Avïcï houd ik voor een bijvorm van avacï «naar beneden gelegen», vrouwelijk van avanc, gevormd als udïcl van udanc. Minder duidelijk is kajasutta. Dit komt voor in Milinda-P. 413, en Jat. II, 405, alsook 19 (met var. 1. kala) als benaming van een timmermansgereedschap. Daar kaja, zwart is, schijnt kajasutta eigenlijk «een zwarte maatlijn» te beteekenen, doch de toepassing van zoo iets op een hel is mij duister. In t Skr. kalasütra laat zich niet uitmaken of met kala bedoeld is «zwart» dan wel «tijd, dood». In 't Pet. Wdb. wordt het vertaald met «der Faden der Zeit oderdesTodes». InMahabharataXIII, 2479 wordt de naam omschreven met Kalasahvaya, d.i. «Kala genaamd», dat dubbelzinnig blijft. Even dubbelzinnig is Samghata; het kan beteekenen «botsing, kamp, slag»; ook «afsluiting». Zonderling is de toepassing van den term samjïva (in Manu IV, 89 samjïvana), d.i. «'t leven opwekkend», op een hel.

Bij elke der groote hellen behooren 16 zoogenaamde Ussada's, Skr. Utsada's, een term dien ik met «Voorgeborchten» meen te mogen weergeven 3. Dit staat uitgedrukt in de volgende strofe:

1 Naraka beteekent eigenlijk een diep gat in den grond, bijv. Theragatha 896; afgrond, diepte, Jat. IV, 269; VI, 308. Hot woord ia verwant mot Gr. VEQ&E VSQTEQOS" voorts Servisch ponirati, sub terram abire; Poolsch nora, liöhlung unter der erde; Russisch nora, nor, Joch; Litausch nerti, untertauchen, enz.

2 Volgens den Comm. op Jat. V, 271 wordt de eene Roruva nader aangeduid als Jala-R., d.i. Vlammen-R.; de andere als Dhuma-E., d.i. Eook-Roruva.

8 Ussada, Skr. Utsada, beteekent eigenlijk «uitstek» en ook diets uitstekends.» Bijv. Jat. IV, 309: Catussadam gamavaram samiddham, «een welvarend dorp met vier uitstekende eigenschappen.» In Divyavadana 620, vg. lezen wij van een hoofddorp, dat aan een brahmaan door den koning gegeven was, dat het is: saptotsadam satrnakas$hodakam sadhanyabhogaih sahagatam.

Sluiten