Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

by chance» 1. Nu blijkt uit talrijke Preta-geschiedenissen dat zij niet den indruk maken van geboren te zijn, maar eenvoudig de geesten zijn van afgestorvenen, d. i. naar volmaakt animistische voorstelling, de onmiddellijke voortzetting van levende zielen. Van den boozen Devadatta wordt verteld dat hij als straf voor zijn euveldaden door de aarde verzwolgen werd en zoo ter helle voer. Hier is van een geboorte, van welken aard ook, geen sprake: Devadatta vaart in levenden lijve ter helle 2. Volgens animistische begrippen is het voortleven van een mensch na den dood als geest begrijpelijk — ik zeg daarom nog niet: bestaanbaar —, maar die zienswijze veronderstelt 't bestaan van een ziel bij de levenden, iets hetgeen in strijd is met de Buddhistische leer. Het is te begrijpen dat de Buddhistische monniken getracht zullen hebben door een vernuftige theorie zekere onuitroeibare volksvoorstellingen in overeenstemming te brengen met hun eigen grondstellingen.

Naschrift.

Nadat bovenstaand opstel geschreven werd, is onlangs in 't «Journal Asiatique», van Nov.—Dec. 1914, verschenen een artikel, getiteld: «L'enfer cambodgien d'après le Trai Phum (Tri Bhüml) «les trois mondes», door M. Roeske. Daarin worden behalve de bovenvermelde hellen nog ettelijke andere plaatsen van foltering genoemd. Het belangrijkste in 't artikel is de nauwkeurige aanwijzing van de kategorieën van zondaars voor wie elke hel in 't bijzonder bestemd is. De bron van 't Cambodjasche geschrift is nog niet opgespoord.

1 Vgl. Spence Hardy, Manual 441, waar gezegd wordt dat zij geboren worden «by apparitional birth».

2 In Avadana?. I, 290 wordt verhaald dat zekere gierige rijkaard sterft en daarop (tasyopari) als een giftige slang geboren wordt. Iets verder wordt verteld, hoe hij, door den Buddha bekeerd, een hemeling wordt.

Sluiten