Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gepast» achtte dan het tweede, hetgeen Hazlewood niet toegeeft. Het komt mij voor, dat Cargill door een fijn taalgevoel geleid werd; ko tamangku moge veelvuldig gehoord worden, oorspronkelijk is het m.i. een soloecisme; ko tama zon volkomen in den haak wezen, evengoed als Jav. si bapa, en zoo ook a tamangku, O. J. ramangku, maar ko tamangku strookt niet met het M. P. taaleigen.

In 't Mao. wordt ko in dezelfde gevallen gebezigd als in 't F., doch daarenboven vóór het telwoord één, tahi, terwijl vóór «twee» enz. vereischt wordt ka, kua,f. Voorts heeft het in sommige verbindingen de kracht van een voornaamwoord; bijv. ko te punga tenei o te waka «dit is het anker van de boot», en hetzelfde geldt van F. ko in de verbinding koya, hij, zij1. O is in 't Mao. steeds genitief-voorzetsel, afwisselende met a, en dan in waarde gelijk aan 't etymologisch geheel verschillende F. i of ni.

Het Sam. volgt dezelfde regels bij 't gebruik van o als 't Mao., en stemt ook volkomen hiermede overeen, in zooverre het in den gen. o of a heeft. Bijzonder is op te merken dat o nominatiefteeken is bij 't lidwoord le, de, 't. Dus «de mensch» is o le tangata, maar «den mensch» (accus.) le tangata; «aan» of «door den mensch» is i le t.\ «des menschen» o of a 1 et.; «een mensch» is o se t.; «eenen mensch» (accus.) se t.

Alles te samen genomen, kan men zeggen dat ko in 't F. en Pol. een nominatiefaanwijzer geworden is. Ook als zoodanig doet het zich kond als synoniem met Indon. si; zoo bijv. is Tag. si Pedro = Lat. Petrus; maar kai Pedro = Petrum, Petro.

Het is niet zoo licht uit te maken met welk Indon. woordje ko gelijk te stellen is. Mogelijk is het identisch met, ofeene varieteitvan Sang. ku, door sommigen ook ko geschreven. Ku is het gewone relatief voornw., gelijkstaande met Jav. sing, en Mad. se. In Sang. patiku, alle, uit pati, gelijkelijk, -f- ku, kan het laatste als demonstratief opgevat worden. De gelijkwaardigheid van ku met Jav. sing, en Mad. se, die toch wel niet geheel van den persoons- of nominatiefaanwijzer si gescheiden kunnen worden, zou eenigermate de geopperde gissing wettigen. Het blijft nochtans louter eene gissing, zoolang men in gebreke blijft te bewijzen dat ko niet evengoed het N. J. këng kan wezen.

Het Mao. ko beteekent ook «daar, daarheen»; is dus gelijk te stellen, naar het schijnt, met de eerste lettergreep van Jav. kono. In 't Sam. is o «daar, daar ginds»; dit kan overeenkomen met Ibn. au, dat wel is waar «deze, dit», doch niet emphatisch, uitdrukt, en daarenboven «zoo, sic» beteekent, dus Jav. mangkono. Doch genoeg; het ligt geheel buiten mijn bestek de ontwikkeling van al die beteekenissen op te sporen, ik wil zelfs er

1 Do vraag blijft of dit ko identisch is met hot vorige.

18

Sluiten