Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nog schaarscher zijn de overblijfselen van 't infix u m. Het eenigste zekere voorbeeld dat ik ken is Mao., Sam. tumau, gewoon, bestendig, van M. P. tahu, gewoon, zich gewennen, leeren kennen, kennen 1; Mao. tau, gepast, geschikt; Sam. behoorende, passen, lezen; F. dau, (iets) plegende (te zijn of te doen). In bepaalde gevallen, gelijk men weet, staat um als prefix, en wel meer gewoon in den vorm van m \ bijv. Ibn. uminum, O. J. hetzelfde, naast minum; Bat. umuba en muba; Tag. umasa en masa, enz. Zulk eene m komt in 't F. en Pol. enkele malen voor; bijv. F. en Sam. mimi, pissen; Tag. umihi, imihi of mihi, van ihi, Bis. id., Pampanga iyi, Bat. Dairisch iyêh, Tobasch oyo, O. J. ëyëh, N. J. uyuh. Evenzoo gevormd zijn F. en Pol. mate, dood; mata, oog, van den stam ata, over in den zin van «schemer, schijn, schim.» Deze en eenige andere van dezelfde soort worden niet meer als afleidingen gevoeld, maar zijn geheel en al nieuwe stamwoorden geworden, zoodat het infix, of onder bepaalde omstandigheden: prefix um, m, als zoodanig verouderd is.

Het bezitting aanduidend prefix ma, welks functie vrij nauwkeurig met die van 't Skr. suffix in overeenstemt, heeft nog in eenige woorden stand gehouden; bijv. Mao. mataku, Sam. mataü, bevreesd; M. P. matakut. Zoo ook in F. matua, volwassen, rijp, oud; Mao. en Sam. hetz., O. J. matuwa, matuha, Mig. matua, Tonsawangsch matuwa2. Nog enkele andere voorbeelden zal men in de woordenlijsten ontmoeten.

Vermoedelijk een ander prefix is 't Sam. ma in matua, ouders, terwijl matua, oud beteekent. In 't Mao. heeten «de ouders» matua, doch matua met anderen klemtoon is «een der ouders,» zoodat matua beschouwd wordt als meervoudsvorm van matua. Bij het nauw onderling verband tusschen beide talen kan het niet in twijfel getrokken worden of de geklemtoonde ma eenerzijds, en de gerekte ma anderzijds hebben één en dezelfde oorzaak. De vraag is of men die nog zou kunnen opsporen. In 't Mao. is er nog een ander soortgelijk begrip als «ouders» waarbij 't verschil van enk. en mv. met een onderscheid in den klemtoon gepaard gaat: tamiiti is «kind;» tamariki «kinderen.» Nu is het opmerkelijk dat vier soortgelijke woorden in 't Ibn., te weten anak, kind; afüt, kleinkind; agit, broeder, en abbing, jongen of meisje3, hun meervoud vormen door verplaatsing des klemtoons; dus anak, kinderen; abbing, jongens of meisjes. Doch deze meervoudsvormen bevatten eigenlijk eene herhaling van den beginklinker, staan dus voor aanak, enz., en het laat zich verklaren dat de door samen-

.. 1 VGl v00r den overgang der beteekenissen Skr. ucita, gewoon, behoorlijk, betamelijk; Got. biuhts, gewoon; Slaw. wyknonti, zicli gewennen, disoere; üóiti, leeren, doeere.

2 Day. heeft voor ma de varieteit ba (uit ouder wa); dus batua.

3 Het overeenkomstige Jav. ëbeng wordt thans uitsluitend tot meisjes gezegd.

Sluiten