Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

trekking veroorzaakte lengte der a in de eerste lettergreep den klemtoon tot zich getrokken heeft. Vergelijkt men nu Mao. matua met het Sam. matua, dan is het niet gewaagd ook hier hetzelfde toe te passen: de lengte der lettergreep is de oorzaak geweest dat deze den klemtoon heeft tot zich getrokken1. Het boven aangehaalde tamanki, tegenover tamaiti, is vreemd, doch legt geen gewicht in de schaal, dewijl tama, kind, en tamahine, dochter, eig. vrouwelijk kind, èn in 't enk., èn in 't mv. denzelfden klemtoon hebben, zoodat van eene verspringing des klemtoons in tamariki eigenlijk geen sprake is. In 't Sam. heeft dan ook tama, kind, de eerste lettergreep lang, in tegenoverstelling tot tama, welk laatste, zooals ik in de woordenlijst zal trachten aan te toonen, uit tamang ontstaan is. Wij zijn dus gerechtigd te besluiten dat matua, een der ouders, eenvoudig hetzelfde woord is als matua, oud, doch dat in matua, Sam. matua, ouders, een ander prefix vervat is. Welk? Naardien in 't Sam. een lange klinker bewijsbaar meermalen uit een genasaleerden ontstaan is, ligt het voor de hand aan Mal. mantuwa «schoonouders» te denken. Het verschil in beteekenis doet hier niets af, want verondersteld dat het prefix eigenlijk «gelijk» beteekende, dan is het zeer natuurlijk dat het nu eens eene gelijkheid, dan weêr een collectief meervoud te kennen geeft, evenals bijv. Jav. pada. De schoonouders zijn «gelijk ouders» ; de ouders «gelijkelijk ouders, de ouders alle beide.» Er zouden evenwel bezwaren tegen de volkomen gelijkstelling van matua en Mal. mantuwa in te brengen zijn; vooreerst is het niet te bewijzen dat de letterverbinding —ant— ooit in 't Sam. —at— wordt: want al wijst de lange klinker op een ouden neusklank in de lettergreep, daaruit volgt niet dat een nasaal op zich zelf voldoende is den klinker lang te maken. In fetü, ster, bijv. is niet alleen een nasaal vervat, maar ook de voorafgaande ë: wituën. Zoo ook staat namü, vol muskieten, — bijvorm van namua, — voor namuën. Voorts vereischt 't Mal. man — zelfverklaring; het strookt niet volkomen metSund. mitoha, schoonouders, welks vollere en oudere vorm mërëtuwa, mërtuwa ons van zelve leidt tot het Mal. maratuwa2. Ik houd dus Sam. matua, Mao. matua voor ontstaan

1 Hetzelfde verschijnsel ziet men in 't Bat. debatd, godheid, dat oxytonon is, daar do laatste lettergreep van 't Skr. dev&ta lang is. Aangezien 't Skr. woord den klemtoon op de voorlaatste heeft, kan do oorzaak natuurlijk niet in 't Indisch accent liggen. Verder moot opgemerkt worden dat een accent in do schrijfwijze van 't Mao. niet eenvoudig een klemtoon aanduidt; ten bewijze strekke móti, opgeteerd zijn; waar twee achtereenvolgende lettergrepen met datzelfde toeken voorzien zijn; het woord bestaat ondubbelzinnig, uit prefix mo, of misschien ma, en oti. Het eerste accent is dus een lengteteekon.

* Ik houd Mal. man in mantuwa voor eenen versterkten vorm van ma, en als zoodanig voor een middel om een mv. om zoo te zeggen symbolisch te kennen te geven. Een der middelen om in 't Ibn. van adjectieven, gevormd door prefix ma, 't mv. uit te drukken, bestaat in de verdubbeling van de beginletter des stams; dus enk. masippót,

Sluiten