Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ku in kuwaha, opening, van waha, mond. Hier toch is ku klaarblijkelijk hetzelfde als ko, bijv. in karua, kuil, holte, en de u alleen ontstaan ten gevolge der volgende w, uit këwaha kwam kuwaha, even als in 't Jav. kuwasa uit këwasa, e. dgl.

Een soortgelijke moeielijkheid als bij tu, doet zich voor bij Mao. ti, bijv. in tirara, uitgespreid, verstrooid; tirangaranga, verstrooid; tiwhana, «arched», geboogd, van whana (Mal. panah), boog. In tiheru, waterscheppen, hoozen; van een heru = Jav. serok, kan ti enkel als element van een secundairen stam beschouwd worden. Oogenschijnlijk komt dit ti in klank overeen met Jav. ti, als het eerste lid van secundaire stammen, bijv. in O. J. tiba, reeaeïv (nooit nimf.iv), waarin ba zich ontwikkeld heeft uit denzelfden stam die ook bah luidt, in rëbah, en wah in dawah, Mak. raba, Bug. rëba, Mig. rebaka (met onechte k); voorts in Jav. tidëm, uitdooven (intr.), van den stam die ook in padëm, enz. voorhanden is; verder in Jav. tilëm, slapen, verwant met mërëm, en Bat. modom, alsook met Jav. malëm, nacht; Mal. malam, Mig. alina, enz. Als bestanddeel van grammatische afleidingen komt Jav. ti niet meer voor; toch zou het wel hetzelfde woordje kunnen wezen als Sund. prefix ti, dat vrij wel met tar, tër in toepassing overeenstemt; bijv. ti-gubrag, neerstorten; ti-sorodot, uitgegleden; ti-tölöm, verzonk1. Terwijl zich dit Sund. ti laat vergelijken met Mao. ti, zooals het zich voordoet in tirara, tiwhana en tirangaranga, nadert de waarde van Jav. ti van secundaire stammen die van 't Mao. voorvoegsel in tiheru, want tusschen woorden, welke een waardoor, een hoe en een waar der handeling uitdrukken, bestaat in allerlei talen groote verwantschap; zoo beteekent Skr. chattra, iets waardoor bedekt wordt, een zon- of regenscherm, doch go tra, een plaats waar runderen zijn; matra, maatstaf, maat; patra, receptaculum; enz. Het is zeer waarschijnlijk dat ti eigenlijk hetzelfde woord is als Bis. Tag. tig of een verwante, minder emphatische vorm, die tot tig staat als ma tot mag 2, doch het spraakgebruik van Bis. tig wijkt zóó af, dat de verhouding er van tot het behandelde voorvoegsel een opzettelijk onderzoek vereischt, een onderzoek te veel omvattend dan dat er hier sprake van kan zijn.

Om tot het F. terug te keeren, naast ka en ta ontmoet men ook een zelden gebruikt óa, in nagenoeg denzelfden zin: (Jabola, gebroken; öavuka, afgeknapt, gebroken, van een te veronderstellen vuka, = Tag. pukan, afknotten; vgl. N. Jav. pukang, boutje. Soms wordt c?a nog voorafgegaan door ka; ka(Jabela, gebroken, gekloven, gesplist; karfabote,

1 Zie Oosting, Soendasche Gramm. (1884), § 54 vgg.

! Bijv. Pamp. ti, dat even als Bik. en Tag. tig distributieven vormt, en in functie dus overeenkomst met Dairiseh Bat. tër.

Sluiten