Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijdend onderwerp van de in het stamwoord vervatte handeling beschouwd wordt of waar onze taal in 't algemeen «worden» vereischt, moet, behalve het voorvoegsel vaka, ook het aanhechtsel taka gebezigd worden. Dus vaka-rongo-taka, maken dat gehoord wordt, laten hooren; vaka-levutaka, maken dat grooter wordt, d. i. vergrooten; hetgeen niet geheel hetzelfde is als Mak. pakalompo, groot maken (niet: vergrooten), als groot beschouwen; of Bug. pakatinggi, hoog maken. Met deze komt overeen vakabula, maken dat gezond is of blijft leven, redden; vakamatea, dood veroorzaken aan of dood maken; vakacïala, doen dwalen; daargelaten dat deze twee laatste woorden nog een suffix bevatten. Terwijl F. vaka-balavu-taka beteekent «langer maken, maken dat langer wordt», verstaat men onder vaka-balavu, in de lengte nemen; dus taya vakabalavu, in de lengte doorsnijden 5°. Het geeft een «gelijken, schijnen» te kennen; bijv. sa raidi vakaberabera na wangka, de boot schijntop 'tgezichteenigszins langzaam; sa rairfi vakatotolo na wangka, de boot schijnt op het gezicht zeer snel. Vgl. hiermede Tag. makatagalog ang Pare nang pangungusap, de Pater lijkt een Tagalog in zijn spreken. Soms schijnt het, volgens Hazlewood, een intensief aan teduiden; bijv. tala is: «zenden», vakatala, wegzenden; rai<Ja, zien; vakaraitfa, 't opzicht houden over, toezien op. Wellicht zou het in deze gevallen kunnen opgevat worden als maken of zorgen dat men 't onderwerp zelf wegzendt; dat (dezelfde) iets ziet 2.

In 't Sam. is fa&, in 't Mao. whaka als teeken van 't causatief niet minder in gebruik dan in 't F.; bijv. faaata, doen of laten lachen, van ata, lachen; Mao. whakakata; faainu, Mao. whakainu, drenken; enz. Verder vormt het woorden, die zinverwant zijn met de zoogenaamde Jav. causatieven op ake, akën in gevallen waar de benaming van «causatief» niet in strikten zin genomen kon worden; bijv. Sam. faalongo, luisteren; gehoorzamen (intr.); Mao. whakarongo; te vergelijken met Jav. (ang)rungok-ake, behalve dat dit laatste een object bij zich kan hebben; in 't F. is vakarorongo, luisteren, gehoorzamen, evenals in 'tPol. intransitief; vakarongorfa daarentegen «hooren», eigenlijk wel: te hooren krijgen, kunnen hooren; dit is ten minste de beteekenis die in 't Sang. gehecht wordt aan makadingihë, Tag. makadingig, gelijk Tombul. makailëkis «te zien krijgen, aantref-

1 Het aanhechtsel ka of aka geeft bij afleidingen met voorvoegsel vaka wederom cene andere beteekenis aan 't woord dan taka, hoewel dit in andere gevallen de waarde van aka heeft; zoo vakajalaka, verkeerd, averechts doen; vermoedelijk is dit een afleiding van een vakaJala, verkeerd, mis; en dus niet op te lossen in vaka )-d a!a -f-(a)ka.

2 In uitdrukkingen als vak asosoko, een speeltoohtje maken, spelevaren, van soko, zeilen, kan vaka als maken opgevat worden.

Sluiten