Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fen, vinden». Er valt nog op te merken dat een Sam. fa&ilo is «(iets) doen kennen», maar faailo-a, verwittigen; 't eerste van ilo, zien, weten, merken; het laatste van 't afgeleide ilo-a, begrijpen, of faèilo, bekend maken, + an, aan.

Eindelijk moet ik nog de aandacht vestigen op een eigenaardig gebruik van vaka, wanneer het uitdrukt dat eene klasse van personen, enz. gelijkelijk of in haar geheel bedoeld wordt. Dus sa eïaka vaka-Bau, het werd gedaan door de lieden van Bau gelijkelijk of gezamenlijk; soms ligt in zoo'n

afleiding opgesloten dat de klasse eene tegenstelling vormt tot eene andere:

era lako vaka-alewa, alleen vrouwen zijn gegaan, zij gingen vrouwen bij

vrouwen. Hetzelfde begrip ligt in Sam. faa, bijv. in faa-ituainga, geslacht

bij geslacht. Hoe dicht deze opvatting van vaka staat bij die in de bijwoor-

cen met vaka, behoeft geene nadere verklaring; ten overvloede zou men

kunnen herinneren aan ons dagelijks, Hoogd. taglich, Eng. daily, enz.,

die alle z. v. a. «dag aan dag» beteekenen, en waarmede men vergelijke grootelijks, Eng. greatly.

Zoo de nauwe verwantschap tusschen F. en Pol. zich bij vaka niet verloochent, komt ze toch nog meer uit bij 't gebruik van het voorvoegsel vei Sam. fe, Mao. whai.

Als zelfstandig woord heeft vei in 't F. den zin van «naar» of «tot» (iemand); «naar» of «tot» (iets) wordt uitgedrukt door ki. Hierin herkent men 't Jav. taalgebruik, volgens hetwelk marang, mënang nooitvooreen persoonaanduidend woord staan, ingeval ze «naar» of «tot» beteekenenom ons «naar» of «tot hem» uit te drukken moet men eene omschrijving te baat nemen en zeggen «naar de plaats van hem», of «'t huis van hem» of dgl. Het Mal. kapada bestaat ook eigenlijk uit ka, naar, tot, en pada' plaats, waar iemand is. Aangezien nu voor vei ook ki-vei gezegd mag worden, zoo volgt dat vei strikt genomen niet «naar», maar «plaats» uitdrukt. Zeer waarschijnlijk is het dan ook hetzelfde woord als het bijwoord vei, waar? «, en het Sang. pai, daar; paise, ginds. Het is m. i. de substantiefvorm van Ibn. umai, «gaan, komen», van denzelfden wortel, waaruit ombul., Mak. enz. ange, mange, enz. ^ gesproten zijn. In 't Ibn. treedt pa. als secundaire stam op, in den zin van iets ergens zetten of plaatsen; ijv pmai, ergens gelegd; mamai, iets ergens leggende of plaatsende; makapai, wie iets ergens kan plaatsen3. Het Sam. bezit fe-a in den zin 1 Vgl. liet etymologisch met verwante O. en N J para prwm

«-• - —• *—- - "<■*. 5 '

plaafs?wmeH(Pai-00k ^ pi' in P^An, waaraan of waarin (iets) gelegd of ge-

pw wordt, pi myan, en,. Z,e (Bugarin-)Rodriguez, Diecionario YbanaJ (1854), i. v.

Sluiten