Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van «wie, welke, wat?»; waarvan afea, wanneer?1 u-fea, waar? i-fea, waarheen? Mao. hea, waar? wanneer?2.

Als voorvoegsel dient vei: 1°. om aan te duiden eene menigte, eene verzameling; dus« veivale, de menigte huizen, de huizen; veiwere, tuinen; veikau, geboomte, bosch; vei(Jo, plaats waar veel gras is, wildernis. In den bergtongval zegt men vitJo, vikau, waarin vi m.i. niets anders is dan eene verzwakte uitspraak van vei 3. In veiiJo en veikau kan men aan 't voorvoegsel evengoed den zin toekennen van «eene menigte» als van «een plaats» waar zich gras en houtgewas bevindt. Trouwens beide begrippen worden in 't Indon. gelijkelijk door 't aanhechtsel an uitgedrukt; wel een bewijs dat er verband tusschen die twee beteekenissen moet bestaan. Opmerkelijk is het nu, vooreerst, dat Mao. hea, hetwelk wij als «waar?» hebben leeren kennen, ook «eene menigte» beteekent, al is geen he als prefix in gebruik; ten tweede, dat het Jav. woord ter vorming van zekere collectieven, nl. para, gelijkluidend is met para, gaan, en nauwelijks verschillend van paran, plaats waar men heengaat; waar? hoe? Om de analogie nog sterker te doen uitkomen, kan men hierbij 't Mal. pada voegen, dat vormelijk met jav. pada, gelijkelijk, overeenstemt. Pada doet ongeveer denzelfden dienst bij praedicaten, als F. vei bij onder-of voorwerpen. Met Jav. para in vorm, met pada in beteekenis stemt overeen Tag. pala, en nu is het niet te miskennen dat een Tag. palakain, veelvraat; palainum, dronkaard, e. dgl. zinverwant is met een F. veikana, gulzig; Sam. fe-ai, kannibaal, eig. vreter, van &i, eten. Met dit pala, in verband met het achtervoegsel an, worden ook woorden gevormd, die volkomen aan de Nederl. op -erij beantwoorden; bijv. palapandayan, smederij, van pandai, smid; zoo ook Jav. paratapan, pratapan (doch ook patapan), kluizenarij. De treffende analogie, die er in alle opzichten tusschen para, enz. eenerzijds, en vei, enz. anderzijds bestaat, is dus niet te loo-

1 Vgl. wat het aanhechtsel a, d. i. an, betreft. Jav. kapan, wanneer?, met apa, wat? Ook paran, O. J. ook aparan, maparan, met para, gaan.

a In 't Mao. wisselen wh en h als plaatsvervangers der M.P. p, zonder eenigen vasten regel; het is al evenzoo als in 't Spaanseh.

3 lk geloof niet dat dit vi identisch is met Sund. pi in zulke woorden als pigunungan, = pagunangan, bergstreek, gebergte; Pamp. pi, bijv. inpiiyan, urinoir (doch iyan eenvoudig «waar men pist»); piokaman, gerechtshof; want zonder toevoeging van —an zouden deze afleidingen iets anders beteekenen. Zoowel Sund. als Pamp. pi nemen anders de plaats in van Mal. par, Jav. per (naast pa), Tag., Ibn., Bis. pag, zoodat ze misschen hieruit ontstaan zijn. Zeer zeker is zelfs N. Jav. pi wel eens uit per verbasterd, o. a. in pitaya uit përtyaya (O. J. ook përcaya), Skr. pratyaya. — Als andere, en te oordeelen naar 't Sam. regelmatigere, uitspraak van vei is ve in vewa, plantsoen, van wa, O. J. wwad, Tag. ugat, enz.

Sluiten