Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

apart planten, is, eene wederkeerigheid uit. Niet geheel duidelijk is hoe men fe in Sam. fe-aloalof-ai, zich onttrekken, uitvluchten zoeken, heeft op te vatten; ik denk dat het als intensiefprefix dient. Datzelfde kan het niet zijn in fe-al o f-ai, overspel bedrijven; hierin ligt in fe veeleer 't begrip van «ander», welks verwantschap met «elkander» niet in 't licht gesteld behoeft te worden; vgl. het zooeven aangehaalde Mao. wheinga, twist.

Meermalen wordt in 't Sam. fe zóó gebruikt, dat elk denkbeeld van wederkeerigheid is uitgesloten; bijv. in fe-mate-ai, gissen; fe-matenga, gissen; zonder dat het blijkt dat ze van mate-ai, maten ga in beteekenis verschillen; wellicht dat fe hier dient om het meervoudige, intensieve of iteratieve der handeling te kennen te geven. Zoo ook in fe-mango-ai, iets zeer goed laten droogen. Dit mag men dus in verband brengen met F. vei in vei kan a, veelvraat, gulzigaard, e. dgl. en veikeve, koesteren, troetelen.

Behalve fe bezit Sam. een fai. Als afzonderlijk woord komt fai voor in den zin van «doen, trachten, achtervolgen, najagen, zoeken, bezitten, genieten, zeggen, beleedigen, worden, bijna». Daar het F. ons bij dit woord in den steek laat, is het moeielijk te beslissen of wij hier wel met één woord dan wel met homoniemen te doen hebben. Het overeenkomstige Mao. w h a i beteekent bezitten, (een huis) inwijden 1; achtervolgen, najagen. Als achtervoegsel sluit fai het begrip in zich van bezigzijn, handelen, zorgen, zoeken; bijv. faitasi, alléén doen, van tasi, één; faitau, lezen, optellen, nauwelijks verschillend van 't eenvoudige tau; faitala, tijding brengen, verteller; f a i t a m a, voor de kinderen zorgen, van tama, kind; faiulu, kammen, scheren, eig. zich 't hoofd doen; kam; faitaua, oorlogszuchtig, naar oorlog hakende, van taua, oorlog; fai-ula, kreeften zoeken. Het Mao. whai drukt eene bezigheid of trachten uit in whaihanga, (een huis) inrichten, gereed maken, van hanga, werk, maken; whai-korero, eene redevoering houden, hetwelk reeds vroeger ter sprake is gekomen.

Bij ettelijke der aangevoerde voorbeelden voelt men zich geneigd fai te beschouwen als den pass. of subst. vorm van Mandailing-Bataksch m a i; bijv. mai-hotang, rotting zoeken, strookt in allen deele met Sam. faiula, kreeften zoeken; insgelijks mai-pahu, varen zoeken; m ai-s o lat, in een anders huis huisvesting genieten, herinnert aan fai, genieten; in mais u r u , een gezant zenden ; paisuruwan, iemand die als gezant afgevaardigd wordt, zou mai (pai) kunnen opgevat worden als «bezigen». Verder heeft dit mai dezelfde functie als Tob. en Dair. Bat. masi en

1 Vermoedelijk eigenlijk «in bezit nomen, betrekken».

Sluiten