Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rongi ira ko koya», doch van 2, 7 : «Then Herod — enquired of them diligently» is: «Iako Heroti — sa ngkai taronga matua vei ira». Matth. 25,43: «and ye visited me not» is overgezet: «ka dou a senga ni mai raifïi au» (eig. «gij hebt niet naar mij gezien»), doch Matth. 2, 2 : «keitou a raitJa na nona kalokalo», is: «wij hebben zijne ster gezien» ; 25, 24: «vaka sa volai», is «zooals geschreven is» 1 ; vola (d. i. vo 1 a -f- an) beteekent iets bepaalds schrijven, opschrijven, merken. In Matth. 26, 31 leest men: Au na yavita na i-vakatawa», d. i. «Ik zal den herderslaan» ; daarentegen: «sayavitiJoni ko Wiliami», d. i. «William sloeg John». Wel kan yaviti ook passief voorkomen, bijv. in «sa yaviti ko Joni», d. i. «John werd geslagen», doch dan moet het onmiddellijk volgende woord een nominatief zijn. De nominatief wordt duidelijk uitgedrukt door k o, terwijl in «yaviti Joni» John het nominatiefteeken mist en dus voldoende als object gekenmerkt wordt.

Zooals reeds gezegd, bezigt men den vorm op -i, wanneer het object in onbepaalden zin genomen wordt; bijv. «sa laki <Jovi itutu ko Ra Ngkasikalolo», d. i. «Heer Mier ging om brandhout te halen». Zoo ook singani m a 1 o, doeken in de zon drogen; doch singana na malo, het doek in de zon drogen; singani is tevens passief.

Het object behoeft niet altoos uitgedrukt te wezen; het ligt vaak in het woord opgesloten, bijv. kayavua, tot hem zeggen; zulks vloeit voort uit den aard van deze soort transitieven.

Eene uitzondering, of schijnbare uitzondering, op den gestelden regel is het, wanneer stammen op i, hetzij primaire of secundaire, in 't actief eene a toevoegen, in stede van de i in a te laten overgaan. Bijv. s o 1 i, s o 1 i a geven, e. dgl. Matth. 26, 23 staat: «ongko ena soli au yani», d. i. «die zal mij verraden», doch 24: «ia ka (?a vua na tamatako yasasoliayani naLuve ni tamata», d. i. «but woe unto that man by vvhom the son of man is betrayed». Doch soli drukt zonder twijfel solï, d. i. soli —J— , uit, zoodat de uitzondering slechts schijnbaar is en niet anders dan aan eene onnauwkeurige spelling te wijten is. Eenigszins anders staat het gesteld met k an i, gegeten wordende, te eten, eetbaar, hetwelk als actief — behalve vóór persoonl. voornaamwoorden en eigennamen in den accus. — k a n i a heeft; bijv. Matth. 26,26: «taura.kania», «neemt! eet!», enalsintransitiefkana; dus «Ia ni ratou ra kana tiko», «en als zij aan 't eten waren». Kani is reeds zelf afgeleid van k a n, en het zou dus als transitief kunnen optreden, zonder dat op nieuw i werd toegevoegd, doch in 't F. is ka n i als een secundaire stamvorm te beschouwen. In veikanikanl, elkander opeten, waar het i van veelvuldigheid toegevoegd is, wordt de lengte der i door Hazlewood

1 Weinig verschillend van volai is vola, eig. duidelijk, doch ook gebruikt in den zin van «geschreven», bijv. Matth. 2, 5.

Sluiten