Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeggen dat de t, welke in 't F. de affixen -i en - an voorafgaat, van drieërlei aard kan wezen. Overal waar die t zich vertoont in woorden, wier stam in de verwante talen op eene t uitgaat, behoort zij tot den stam. Doch waarde vergelijking onzeker is of de verwante talen onderling afwijken, is het hoogst moeielijk uit te maken welke der drie soorten van t men vóór zich heeft. Nemen wij bijv. F. livata, treffen (van den bliksemstraal), van li va, bliksem. Dit laatste is eene omzetting — die ook, opmerkelijk genoeg, in 't O. J. lewa terugkeert — van Sam. uila, Mao. uira, Bug. bila, Sumb. bila of bilak. Houden wij hierbij in 't oog dat woorden met en zonder sluitenden medeklinker meermalen met elkaar afwisselen, en dat zoowel t als k in zulke gevallen geenszins tot de zeldzaamheden behooren 1, dan aarzelen we eene stellige uitspraak te doen omtrent den aard der t in livata. Het kan eenvoudig een klinkerscheider wezen, en dan moet de oude stam 1 i v a geweest zijn, in overeenstemming met O. J. lewa; het kan even goed de plaats van eene oudere k vervangen, en dan luidde de stam oudtijds livak, in overeenstemming met Sumb. bilak; eindelijk is het mogelijk dat het woord eertijds livatofuilat luidde, naar het model van Indon. k i 1 a t2. In zeker opzicht is het onverschillig welke der drie gevallen men 't waarschijnlijkste acht; in geen van alle behoort t tot het affix.

Op de n der uitgangen -ni en -na is juist hetzelfde toepasselijk als op de t. Niets is duidelijker dan dat bijv. in het vroeger behandelde ó a n g i na de stam: ^angin.en'taanhechtsel: anis.Zooookisde?«in lomani,lomana beminnen, een gevolg daarvan dat loma, hart, oudtijds op n uitging (zie wdl.). Soms staan vormen met en zonder n naast elkaar zonder verschil van beteekenis; o. a. sole-aen solena «to tie up in a bundie», van s o 1 e, waarvan i-sole, lijkwade; i-solesole, bundel, pak. Daar ik niet weet met welk woord in de Indon. talen dit s o 1 e te vergelijken is 3, durf ik over den aard der n in solena niets met zekerheid te zeggen, doch het heeft al den schijn alsof zij beantwoordt aan de Jav. n, in woorden als (ang)lara-ni, waarnaast O. J. nog anglare (d. i. anglara -(- z) kan bezigen; zoo ook O.J. mangën ani en mangëne, Mal. alleen mëngënai, N.J. uitsluitend angënani. Een derde vorm bij solea en solena is solenga, bepaaldelijk in den zin van in eene lijkwade wikkelen, evenals sole-a; het staat niet opgeteekend bij Hazlewood, doch komt voor in Hand. 5, 6. Hieruit blijkt in allen gevalle dit, dat n en ng met elkaar verwisseld worden ; dat

1 Bijv. Ibn. agit, doch Bat. anggi, Day. andi, O. J. ari, N. J. ad.i, Mal. adi en adiq; Mal. tabiq, doch Jav. tabe, O.J. santabya; Mal. baiq, Jav. balie (in bot. s a h e).

2 Uit dit kilat moet Bug. ila, synoniem van bila, gesproten zijn.

3 Misschien bevat het dezelfde bestanddcelen als O. J. sahlai, N. J. sële, doch zóó dat sa, së als «samen» is opgevat.

Sluiten