Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't Tombul. als h, in 't Mal. als r aangetroffen wordt, in 't Jav. meestal wegvalt. Ook eene Jav. r, Tag. en Bis. / kan in 't F. ö worden, althans daar waar Bat. en Ibn. eene g hebben, o. a. in vi(Ja=Jav. pira, Bis. pila, Bat. en Ibn. piga. De feiten bevestigen die onderstelling: F. tangicVi, tangina, beweenen, heeft zich ontwikkeld uit tangisi, tangisan, van M.P. tangis, weenen, F. tangi. In welke beteekenis 't aanhechtsel gebezigd wordt, is onverschillig; het oefent geen invloed op den overgang van de s in d- dat ziet men o. a. uit kamikami(ïa, heel zoet, uitkamikamisan, van een oud kam is, verwant met Sund. amis, Tag. en Bis. tam is, zoet. Ook is dezelfde overgang onafhankelijk van den aard des aanhechtsels; want uit M. P. tangis affix akan komt in 't F. tangirfaka. Wat derf uit'betreft, daarvan levert rongorfi, rongoda, hooren (trans.) een zeker voorbeeld. Het stamwoord, in 't F. ro n go, is Tag. di n gi g, Bis. d o n g o g, Mal. d & ngar, O.J. rëngö, N. J. rungu. In 'tBug. wordt in de gelijksoortige gevallen nietslechts deze klank, maar ook de/^eene r; dus elori, liefhebben, van e 1 o, willen ; Ibn. i 1 u g, zin, verlangen ; Bis. i 1 u g, wedijveren, werven, talen; doch ook alëbirëng, heerlijkheid, van lëbi, d. i. O. J. lëwih, Tag. labi; masugirang, rijker zijn, van sugi, d. i. Jav. sugih. Dewijl nu het Bug. de twee klanken laat samenvallen, is het verklaarbaar dat ook het F. uit eene h een d ontwikkeld heeft. Dit is geschied o. a. in tau ö i, tau öa, regenen op; neêrleggen ; bevelen; van tau, klaarblijkelijk naverwant met Jav. djawuh, regen, en dawuh, vallen, gelasten, alsook met Tombul. nawu, Sang. nawo, Ibn. nabu, Mak. naung, vallen. Opmerkelijk is het dat het Bis. de h verwisseld heeft met deg\ naug; wel een bewijs hoe de gutturale triller en de h elkaar naderen. Desnoods zou men ook van 't F. tau kunnen veronderstellen dat het reeds t a u g of t a u' uit een ouder t a w u h ontwikkeld had, toen de afleiding t a u d i ontstond.

Tot zoover is de herkomst van d zonder moeite aan te wijzen ; niet hetzelfde kan men beweren wanneer wij die letter aantreffen achter stammen die elders steeds eenen klinker of tweeklank in den uitgang hebben. Zoo wordt van r ai, gezicht, afgeleid r a i ö i, r ai (Ja, zien (trans.). Dit F. r a i kan toch kwalijk iets anders zijn dan Jav. rahi, gelaat, Mal. dahi, Mao. rae, voorhoofd. Nog duidelijker spreekt b u tak o <3'i, °öa, stelen ; ve ibu tako <?i, overspel, uit bu (d. i. but) en tako, M. P. takau. In gevallen als hier bedoeld, zijn, dunkt mij, slechts twee verklaringen mogelijk: öf er zijn naast de ons bekende vormen van deze of gene stammen andere in zwang geweest die door eenen medeklinker, inzonderheid s en /ü, gesloten waren; of dezelfde medeklinkers werden nu en dan als klinkerscheider gebezigd. Ten gunste der eerste onderstelling zou men kunnen aanvoeren O. J. en Mal kumis, baard; doch Tombul. kumi, Day. en Tag. gumi; N. J. tëpis voo

Sluiten