Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deren kant moet erkend worden dat ra opmerkelijk standvastig gebruikt wordt bij begrippen van dezelfde soort als «liggen»; dus bij mode, slapen: vakamodera, te slapen leggen, naast vakamo<Jea;tiko, zitten: vakatikora, neerzetten; tu, staan: vakatura, stellen. Dit maakt inderdaad den indruk alsof men al deze woorden naar één model heeft gefatsoeneerd. Is dit vermoeden juist, dan hebben wij nog met eenen anderen factor dan welluidendheidsgevoel te rekenen en mag de r evenmin eenvoudig als invoegsel beschouwd worden; het wordt dan een geval van toepassing van eene regelmatig ontwikkelde r op gevallen waar ze in 't geheel niet thuis behoort.

De moeielijkste letter vóór de aanhechtsels -i en -an en de zoo straks te behandelen -aki en -akan, is de v. Soms behoort de v buiten kijf tot den stam; o. a. in nggaravi (ngkaravi), nggarava, vóór (iemand) staan, bedienen, oppassen ; vei-nggarangaravi, tegenover elkander; vormelijk nagenoeg, in beteekenis geheel =Jav. ngadëp, ngadëpi en ngadëpadëpan of ngarëparëpan.van n ggara, wortel Mal. ha dap,Tag. hadap, 't vóór, tegenwoordigheid. In verreweg de meerderheid der afleidingen op vi, va behoort de v even zeker niet tot den stam. Bijv. lakovi, lakova, gaan voor of tot, wat den zin aangaat, identisch met Bug. 1 akó i, van lako (uit lak au). Van ngunu, of liever unu, M. P. inum, komtngunuva, iets drinken, waarvoor ook u n u m a gezegd wordt; vangunuva, drinken geven aan, is letterlijk O.J.panginuman, en in waarde=manginumi. De v is geheel onafhankelijk van den voorgaanden klinker; ze komt even dikwijls voor achter a, i en e als achter o en u; bijv. (5'ina-va, didi-va, iri-va, sele-va(zie woordenlijst). Van een eigen beteekenis van v kan geen sprake wezen; zulks komt nog duidelijker uit, als men bijv. kadiva, (iemand) roepen, vergelijkt met kadi v aka, roepen met (woorden); didiva, loopen naar, didivaka, loopen met (iets), in den loop medenemen; en dgl. Het verschil wordt uitsluitend te weeg gebracht door den aard van 't aanhechtsel an en dien van -akan. De vraag is nu, waaraan kan de v haar oorsprong te danken hebben, daargelaten de gevallen waarin ze tot den stam behoort? Het Bug. bezigt niet zelden eene w als middel om hiaat te voorkomen, en wel voor allerlei suffixen en aangehangen voornaamwoorden : zoo atjoweri-w-i, hem volgen; a b ë n i - w - i, van w ë n i -)- i 1; mala-w-è., ik neem, van mala (uit malap), nemen, en h, ik. In 't laatste geval zou w uitp verzwakt kunnen wezen, doch bij de andere voorbeelden is w klaarblijkelijk ter vermijding van hiaat ingelascht. Ook in 't Niasch komt zulk eene w voor; bijv. m am ad o ni is «met elkaar twisten», am adoni-w-a, twistpunt, dat waarover men twist; hier heeft wa ondubbel-

1 Anders wordt -i i samengotrokkeu tot ï; bijv. angëlï, uit angëli + »; sabl, uit sabii; zie Matthes, Boeg. Spr. (1875), § 62.

Sluiten